Motoren en generatoren
Een draad van 5 cm met 20 A dwars op een veld van 1.5 T ondervindt 1.5 N kracht. Gebruik dit in een draaiende lus en je hebt een motor.
Een magnetisch veld oefent kracht uit op een stroom
In hoofdstuk 4 zag je dat een elektrische stroom een magnetisch veld maakt. In zekere zin geldt ook het omgekeerde: een magnetisch veld oefent kracht uit op een stroom. Voor een rechte draad met lengte l, stroom I en dwars door een homogeen veld B geldt F = I l B sin θ. De hoek θ is de hoek tussen de draad en het magnetische veld. De kracht is het grootst wanneer de draad loodrecht door het veld loopt en nul wanneer de draad evenwijdig aan het veld ligt. De kracht staat loodrecht op zowel de draad als het veld. Rechterhandregel 1 van OpenStax geeft aan welke kant de kracht op wijst.
OpenStax rekent een voorbeeld uit met een sterk veld: B = 1.50 T, een draadlengte van 5.00 cm en een stroom van 20.0 A. Met sin 90° = 1 wordt F = 20.0 × 0.0500 × 1.50 = 1.50 N, ongeveer het gewicht van een appel van 150 g. Dat is een merkbare duw op een kort draadstuk. Het laat ook zien waar de tesla vandaan komt: 1 T is het veld waarin 1 A door 1 m draad een kracht van 1 N ondervindt.
Van duw naar draai: elektromotor
Plaats een rechthoekige draadlus tussen de polen van een magneet en laat er stroom doorheen lopen. Aan de ene zijde loopt de stroom in de ene richting, aan de overstaande zijde in de andere. Beide zijden worden daardoor in tegengestelde richtingen geduwd en de lus draait. Als er niets veranderde, zou de lus heen en weer bewegen en uiteindelijk in de veldrichting tot stilstand komen. Een motor keert de stroom daarom elke halve draai om. In een gelijkstroommotor doen een gespleten commutator en borstels dat. De lus blijft zo dezelfde kant op draaien zolang er stroom loopt. Meer windingen zorgen voor meer draaikracht. OpenStax berekent voor een vierkante spoel met 100 windingen en zijden van 10.0 cm, bij 15.0 A in een veld van 2.00 T, een maximaal koppel van 30.0 N·m. Dat is genoeg om in een motor bruikbaar te zijn. De rendementstabel van OpenStax geeft voor elektromotoren ongeveer 98 procent, veel hoger dan voor motoren die brandstof verbranden.
Beweging terug naar elektriciteit
Als stroom in een veld beweging maakt, kan beweging in een veld dan stroom maken? Michael Faraday onderzocht die vraag jarenlang. Op 29 augustus 1831 wond hij in zijn kelderlab van de Royal Institution in Londen twee spoelen aan tegenoverliggende kanten van een ijzeren ring. Toen hij een batterij op één spoel aansloot, sloeg een naald aan de andere kort uit en kwam weer tot rust. Bij het loskoppelen sloeg hij de andere kant op. Een constante stroom in de eerste spoel deed niets met de tweede; alleen verandering had effect. De Royal Institution bewaart de ring nog en beschrijft hem als de eerste elektrische transformator.
Dit is elektromagnetische inductie: een veranderend magnetisch veld door een spoel wekt spanning op, een geïnduceerde elektromotorische kracht. Duw een staafmagneet in een spoel en een aangesloten meter slaat één kant uit. Trek hem eruit en de meter slaat andersom uit. Houd hem stil en de meter geeft nul. Sneller bewegen geeft een grotere uitslag. OpenStax noemt de bepalende grootheid magnetische flux: Φ = B A cos θ, het veld maal het oppervlak van de lus waar het doorheen gaat. Elke fluxverandering induceert spanning, of het nu het veld is dat verandert, het oppervlak of de stand van de lus.
Een generator maakt hiervan een machine. Een spoel draait tussen magneten, waardoor de hoek θ en dus de flux voortdurend veranderen. Aan de uiteinden ontstaat een wisselspanning. De bouw lijkt vrijwel precies op een motor. In een motor wordt elektrische energie omgezet in rotatie; in een generator wordt rotatie elektrische energie. Turbines die door stoom, vallend water of wind draaien, drijven de generatoren aan die het grootste deel van de elektriciteit in onze huizen leveren.
- 1600: Gilbert, De Magnete: de aarde werkt als een grote magneet
- 1820: Oersted ziet dat stroom een kompasnaald beweegt
- September 1821: Faradays elektromagnetische rotatie, het principe van de motor
- 29 augustus 1831: Faradays ijzeren ring: een veranderende stroom induceert een stroom (eerste transformator)
Sleep om te draaien. Scroll of knijp om te zoomen.
| Kracht op een stroom in een magnetisch veld | F = I l B sin θ |
| Motor | Elektrische energie → rotatie |
| Generator | Rotatie → elektrische energie |
| Magnetische flux | Φ = B A cos θ |
| Geïnduceerde elektromotorische kracht | Ontstaat alleen zolang de flux verandert |
- Een veld oefent kracht uit op een stroom: F = I l B sin θ.
- Een lus in een veld draait. Een gespleten commutator en borstels keren de stroom om, zodat een gelijkstroommotor blijft draaien.
- Een veranderende magnetische flux induceert elektromotorische kracht (Faraday, 1831).
- Φ = B A cos θ; sneller veranderen, grotere elektromotorische kracht.
- Motoren en generatoren hebben een vergelijkbare bouw, maar de energieomzetting verloopt in tegengestelde richting.
- Wat is de kracht in newton op 0.0500 m draad met 20.0 A, loodrecht op een veld van 1.50 T?
- Dezelfde draad staat onder 30° ten opzichte van het veld. Wat is de kracht in newton? (twee decimalen)
- Een draad loopt evenwijdig aan het magnetische veld. De magnetische kracht erop is:
- Nul
- Maximaal
- De helft van de maximale kracht
- Gelijk aan het gewicht van de draad
- Een draad van 0.1 m met 2 A staat loodrecht op een veld van 0.5 T. Wat is de kracht in newton?
- Wanneer bewoog de naald bij Faradays ijzeren ring?
- Alleen wanneer de batterij werd aangesloten of losgekoppeld
- De hele tijd dat er stroom liep
- Nooit
- Alleen wanneer de ring werd verhit
- Een magneet wordt stilgehouden binnen een spoel. De geïnduceerde elektromotorische kracht is:
- Nul
- Maximaal
- Constant en groot
- Gelijk aan de batterijspanning
- Wat is de flux in T·m² door een lus van 0.01 m² in een veld van 0.5 T dat er loodrecht op staat (θ = 0°)?
- Een generator zet voornamelijk om:
- Rotatie naar elektrische energie
- Elektrische energie naar rotatie
- Warmte naar licht
- Licht naar geluid
- Wat houdt een gelijkstroommotor in dezelfde richting aan het draaien?
- Een gespleten commutator en borstels die elke halve draai de stroom omkeren
- Een zwaardere magneet
- Wrijving
- Een dikkere draad
- Op welke datum slaagde Faraday met zijn inductiering?
- 29 augustus 1831
- 4 juli 1776
- 1 januari 1900
- 14 maart 1879
Bronnen van deze cursus (16)
- OpenStax College Physics 2e (openstax.org/books/college-physics-2e): 22.1 Magnets (all magnets have N and S poles, north-seeking and south-seeking, like poles repel and unlike attract, poles cannot be separated, the magnetic pole near the geographic North Pole is a south magnetic pole, sunspots come in N/S pairs)
- 22.2 Ferromagnets and electromagnets (iron, cobalt, nickel, gadolinium; neodymium alloys; domains grow to millimetre size; Curie temperature of iron 1043 K (770 °C); Oersted saw a compass needle deflected by a current; electromagnets in scrapyard cranes, particle accelerators and MRI; electric current is the source of all magnetism; no monopoles observed)
- 22.3 Magnetic fields and field lines (direction = where a compass north end points; four rules: tangent, density = strength, never cross, closed loops from N to S outside)
- 22.7 Magnetic force on a current-carrying conductor (F = I l B sin θ, 1 T = 1 N/(A·m), example 20.0 A, 5.00 cm, 1.50 T gives 1.50 N; motors)
- 22.9 Magnetic fields produced by currents (Oersted 1820, right hand rule 2, B = μ0 I ÷ (2π r), μ0 = 4π × 10⁻⁷ T·m/A, Earth's field about 5.0 × 10⁻⁵ T, 25 A at 5.0 cm gives twice that; loop centre B = N μ0 I ÷ 2R; solenoid B = μ0 n I, 2000 loops over 2.00 m with 1600 A gives 2.01 T, MRI; ferromagnetic cores)
- 23.1 Induced emf and magnetic flux (Faraday's iron-ring apparatus, emf only while the field changes, magnet pushed into a coil, faster motion gives more emf, generators, Φ = B A cos θ)
- NIST CODATA 2022 vacuum magnetic permeability μ0 = 1.25663706127(20) × 10⁻⁶ N/A² (physics.nist.gov/cgi-bin/cuu/Value?mu0)
- NOAA NCEI Geomagnetism Frequently Asked Questions (ncei.noaa.gov/products/geomagnetism-frequently-asked-questions): field like a dipole at Earth's centre, over 90% from the outer core, intensity roughly 25,000 to 65,000 nT (0.25 to 0.65 gauss)
- 1 gauss = 100,000 nT, declination = angle between magnetic north and true north (east positive)
- inclination, dip poles, dipole axis 9.41° from the rotation axis (WMM2020, 2020.0)
- north magnetic pole moving about 55 km per year north-northwest (2001 and 2007 surveys)
- last reversal about 750,000 to 780,000 years ago, reversals spaced 5 thousand to 50 million years, a reversal would take several thousand years, models renewed every five years, blackout zones where H < 2000 nT, compass balance weights differ by hemisphere, true bearing = magnetic bearing + declination
- NOAA NCEI news "World Magnetic Model 2025 Released" (17 December 2024)
- NOAA NCEI "December 2025 State of the Geomagnetic Field" (north dip pole 36 km/yr and south dip pole 9 km/yr since 1 January 2025)
- USGS, "Pre-gilbertian conceptions of terrestrial magnetism" (pubs.usgs.gov/publication/70009843): Gilbert's De Magnete (1600) first suggested that Earth behaves as a great magnet. Royal Institution, Michael Faraday's ring-coil apparatus (rigb.org): made August 1831, success on 29 August 1831, the first electric transformer
- APS News "This Month in Physics History" (Aug 2001): Faraday's electromagnetic rotation experiments of September 1821, the principle behind the electric motor.
Geraadpleegd: 2026-10-17