Slagpatronen
Omlaag op de cijfers, omhoog op de ‘en’: in 4/4 beweegt de hand acht keer per maat, ook als je de snaren maar bij een deel daarvan raakt.
Een hand die blijft bewegen
Aanslaan betekent meerdere snaren tegelijk raken. Op de ukelele slaan de meeste spelers bij de overgang van hals naar klankkast aan, met hun wijsvinger: omlaag met de achterkant van de nagel en omhoog met de zachte vingertop. Het geheim van een gelijkmatige slag is dat je hand als een slinger blijft bewegen. Omlaag op elke tel en omhoog ertussen, ook als je de snaren niet raakt. Tel in 4/4 ‘1 & 2 & 3 & 4 &’: elk cijfer is een neerwaartse slag en elke ‘&’ een opwaartse. Je maakt een patroon door te kiezen welke bewegingen de snaren raken en welke er net bovenlangs gaan. Zo'n gemiste slag heet een schijnslag.
Begin met vier neerwaartse slagen per maat, één op elke tel, en tel hardop mee. Vul daarna de ‘&’ in met opwaartse slagen voor acht gelijke bewegingen: ‘neer op neer op’. Voelen beide regelmatig aan bij 70 tot 80 BPM, laat dan slagen weg. Het bekendste ukelelepatroon, vaak island strum genoemd, is D, D U, U D U: neer op 1, niets op de ‘&’ van 1, neer en omhoog op 2 &, niets op 3, dan omhoog op de ‘&’ van 3, neer op 4 en omhoog op de ‘&’ van 4. De ontbrekende neerwaartse slag op tel 3 geeft het patroon zijn wiegende ritme. Je hand beweegt op 3 nog wel omlaag, maar mist de snaren.
Aanslaan is ritme
Elk slagpatroon is een ritme van achtste noten. Alles uit de ritmecursus is dus van toepassing. Bij de island strum beginnen de slagen op 1, 2, 2 &, 3 &, 4 en 4 &. Als notenwaarden: een kwart, een achtste, een kwart, een achtste, een achtste en een achtste. Let op: de opwaartse slag op de ‘&’ van 2 klinkt door over tel 3. Dat is een syncope: een accent tussen de tellen dat doorklinkt over een tel zonder eigen slag. Op het tabblad Tik mee in het ritmelab hieronder kun je dit ritme tikken om je timing te controleren voordat je akkoorden toevoegt.
Accenten geven een patroon karakter. Sla tel 2 en 4 iets harder aan voor de backbeat van pop en rock. Een lichte, snelle pols werkt beter dan een stijve arm. De beweging komt vooral uit het draaien van de onderarm, alsof je water van je hand schudt. Gebruik bij liedjes in 3/4 drie neerwaartse slagen per maat of D, D U, D U. Probeer bij langzame 6/8-liedjes een neerwaartse slag op elk van de twee tellen, met opwaartse slagen binnen de groepjes van drie.
Oefen een nieuw patroon in stukjes. Speel alleen de eerste twee tellen, ‘D, D U’, tot je hand vanzelf beweegt. Voeg daarna tel 3 en 4 toe. Gebruik een metronoom op een laag tempo: bij 80 BPM duurt elke achtstebeweging 0.375 seconden. Je hebt dus genoeg tijd om de richting van elke slag te controleren. Zeg tijdens het spelen hardop ‘neer, neer op, op neer op’. Dat helpt je op je plek te blijven als je akkoorden gaat wisselen. Lukt de maat tien keer achter elkaar zonder haperen, verhoog het tempo dan met vier of vijf BPM en herhaal. Neem jezelf af en toe op met een telefoon. Wat gelijkmatig voelt, blijkt bij de opwaartse slagen vaak te haasten.
Sleep om te draaien. Scroll of knijp om te zoomen.
Neer, neer op, op neer op. Eén, twee en, en vier en.
- In welke richting sla je in 4/4 op de cijfers 1 2 3 4?
- Omlaag
- Omhoog
- Beide kunnen
- Hoeveel keer beweegt de hand per maat 4/4 bij aanslaan in achtsten?
- Hoeveel slagen raken de snaren bij de island strum D-DU-UDU?
- Op welke tel raak je de snaren niet bij de island strum?
- Hoe heet een slagbeweging die de snaren mist?
- Een schijnslag
- Een hammer-on
- Een barré
- Hoe lang duurt één achtsteslag bij 80 BPM? 3 decimalen.
- De opwaartse slag op de & van 2 klinkt over tel 3 door. Hoe heet dat?
- Syncope
- Een triool
- Een opmaat
- Op welke tellen leg je accenten voor een popbackbeat?
- 2 en 4
- 1 en 3
- Alleen 1
- Met welk deel van de vinger sla je meestal omlaag aan?
- De achterkant van de wijsvingernagel
- Het duimgewricht
- De handpalm
- Hoeveel slagen krijg je per maat 3/4 als je alleen op de tellen omlaag aanslaat?
- Houd de hand in beweging: omlaag op de tellen, omhoog op de &.
- Met een patroon kies je welke bewegingen de snaren raken; de andere zijn schijnslagen.
- Island strum: D, D U, U D U, waarbij je op tel 3 de snaren mist.
- Slagpatronen zijn ritmes in achtste noten en kunnen syncopen bevatten.
Bronnen van deze cursus (15)
- Wikipedia "Ukulele" (en.wikipedia.org/wiki/Ukulele): Portuguese machete, cavaquinho and rajão brought by immigrants from Madeira, the Azores and Cape Verde
- Madeiran cabinet makers Manuel Nunes, José do Espírito Santo and Augusto Dias credited as the first makers
- SS Ravenscrag, late August 1879, Hawaiian Gazette report two weeks later
- King Kalākaua’s support
- "jumping flea" and the Edward William Purvis legend
- 1907 Metropolitan Museum catalogue
- Panama-Pacific International Exposition, San Francisco, 1915
- Jazz Age popularity and uke chord tablature in 1920s sheet music
- four common sizes with total length, scale length and tuning table (soprano 21 in / 53 cm and 13 in / 33 cm, concert 23 / 58 and 15 / 38, tenor 26 / 66 and 17 / 43, baritone 29 / 74 and 19 / 48)
- concert size developed in the 1920s, baritone in the 1940s
- standard re-entrant G4 C4 E4 A4, "My dog has fleas", low G G3, D tuning A4 D4 F#4 B4 common in the early 20th century, baritone D3 G3 B3 E4. Hawaiʻi State Archives, "Music from Queen Liliʻuokalani Manuscript Collections" (ags.hawaii.gov/archives/online-exhibitions/music-from-the-queens-collection): Aloha ʻOe composed 1878
- Wikipedia "Aloha ʻOe" (manuscript note "Composed at Maunawili 1878. Played by the Royal Hawaiian Band in San Francisco August 1883")
- Smithsonian Magazine 2019, "How the Music of Hawaiʻi’s Last Ruler Guided the Island’s People Through Crisis" (published 1884, more than 200 works)
- Houghton Library blog 2016 (San Francisco editions as early as 1884)
- Open Music Theory (viva.pressbooks.pub/openmusictheory) for meter and chord vocabulary, ideas only.
Geraadpleegd: 2026-10-18