Virussen
In 1892 voerde Dmitri Ivanovski sap van zieke tabaksplanten door een porseleinen filter dat alle bacteriën tegenhield, en het sap kon nog steeds planten ziek maken.
Iets kleiners dan een bacterie
Tabaksmozaïekziekte maakt tabaksbladeren gevlekt. In 1892 probeerde de Russische plantkundige Dmitri Ivanovski de oorzaak te vinden met een porseleinen filter dat Charles Chamberland en Louis Pasteur in 1884 in Parijs hadden uitgevonden. De poriën zijn ongeveer 0.1 µm, klein genoeg om alle bacteriën van 0.2 µm of groter te verwijderen. Tot ieders verrassing veroorzaakte het gefilterde sap de ziekte nog steeds. Ivanovski dacht dat het een extreem kleine bacterie of een spore moest zijn. In 1898 concludeerde Martinus Beijerinck dat de verwekker helemaal geen bacterie was, en het woord virus, Latijn voor gif, kwam in gebruik. Ivanovski wordt gezien als de oorspronkelijke ontdekker van virussen.
Niemand kon een virus zien tot de elektronenmicroscoop. In 1935 kristalliseerde Wendell Stanley het tabaksmozaïekvirus en beschreef het aanvankelijk als een eiwit. Bawden en Pirie stelden later vast dat het zowel RNA als eiwit bevatte en publiceerden hun werk in 1936 en 1937. Tegenwoordig weten we dat een virusdeeltje, of virion, van 20 nm breed voor kleine virussen tot ongeveer 900 nm voor grote kan zijn, veel kleiner dan de meeste cellen.
Zijn virussen levend?
Virussen zijn acellulair, niet uit cellen opgebouwd, dus ze staan niet in de levensboom. Ze dragen genen, maar slechts één soort nucleïnezuur, DNA of RNA en nooit allebei, verpakt in een eiwitmantel die een capside heet. Sommige hebben ook een envelop, een stukje membraan dat van de laatste gastheercel is meegenomen toen het virus eruit knopte. Veel hebben eiwitpennen waarmee ze aan een cel kunnen hechten en erin kunnen komen. Een virus heeft geen cytoplasma en mist de genen voor veel van wat het nodig heeft, dus het kan zich alleen binnen een levende gastheercel voortplanten. Daarom worden virussen obligate intracellulaire parasieten genoemd.
Capsiden komen in drie hoofdvormen voor. Helixvormige capsiden zijn staafjes, zoals bij het tabaksmozaïekvirus. Veelvlakkige capsiden hebben veel platte vlakken. Complexe capsiden combineren delen, zoals de bacteriofagen die bacteriën infecteren: een kop met veel zijden die de genen bevat, een staart en staartvezels die zich aan het bacterieoppervlak vastklampen.
Omdat een virus zichzelf niet kan kopiëren, wordt elk nieuw virus gemaakt door een cel die is overgenomen. In grote lijnen zijn de stappen voor de meeste virussen hetzelfde. Het virus hecht zich aan een cel en grijpt met zijn pennen of staartvezels bepaalde moleculen op het oppervlak vast. Zijn genen komen binnen. De eigen machinerie van de cel kopieert dan het virale genoom en bouwt capside-eiwitten uit de virale instructies. Nieuwe virionen worden in elkaar gezet en vertrekken, door de cel te laten barsten of door er via het membraan uit te knoppen, waarmee virussen met een envelop hun envelop meekrijgen.
Elke vorm van leven heeft zijn virussen
Virussen infecteren planten, dieren, schimmels, protisten, bacteriën en archaea. De meeste kunnen slechts één of enkele soorten infecteren, en vaak alleen bepaalde celtypen daarin; dit heet het gastheerbereik. Virussen die bacteriën infecteren heten bacteriofagen, of fagen. Elke soort faag doodt slechts bepaalde bacteriën, en dat maakt ze nuttig: in 2006 keurde de Amerikaanse Food and Drug Administration een spray van zes fagen goed die Listeria-bacteriën op vleeswaren doodt.
Nog kleiner dan virussen zijn prionen, ongeveer een tiende van de grootte van een gewoon virus. Ze bevatten helemaal geen erfelijk materiaal; het zijn afwijkende eiwitten. Net als virussen zijn ze acellulair, dus ook zij staan buiten de levensboom.
- 1884: Chamberland en Pasteur vinden het porseleinen filter uit.
- 1892: Ivanovski: de verwekker van de tabaksziekte gaat door het filter.
- 1898: Beijerinck: de verwekker is geen bacterie.
- 1935: Stanley kristalliseert het tabaksmozaïekvirus.
- 2006: De FDA keurt een fagenspray tegen Listeria op vleeswaren goed.
| Capside | Eiwitmantel rond het nucleïnezuur van een virus. |
| Envelop | Membraan dat sommige virussen van de gastheercel meenemen. |
| Virion | Eén virusdeeltje. |
| Bacteriofaag | Een virus dat bacteriën infecteert. |
| Gastheerbereik | De soorten en celtypen die een virus kan infecteren. |
| Prion | Besmettelijk afwijkend eiwit zonder erfelijk materiaal. |
- Ivanovski 1892: de verwekker ging door een bacteriedicht filter; Beijerinck 1898: geen bacterie.
- Virussen zijn acellulair: DNA of RNA in een capside, soms een envelop.
- Ze planten zich alleen voort binnen gastheercellen.
- Helixvormige, veelvlakkige en complexe capsiden; 20 tot 900 nm.
- Wat liet het experiment van Ivanovski uit 1892 zien?
- De oorzaak van tabaksmozaïekziekte ging door een filter dat bacteriën tegenhield
- Bacteriën veroorzaken tabaksmozaïekziekte
- Virussen bestaan uit cellen
- Planten kunnen geen ziekten krijgen
- Het filter van Chamberland heeft poriën van ongeveer 0.1 µm. Hoeveel nanometer is dat?
- Wat betekent het woord ‘virus’ in het Latijn?
- Gif
- Diertje
- Zaad
- Leven
- Een virus bevat…
- DNA of RNA, nooit allebei
- zowel DNA als RNA
- noch DNA noch RNA
- een kern
- Waarom heten virussen obligate intracellulaire parasieten?
- Ze kunnen zich alleen binnen een levende gastheercel voortplanten
- Ze leven alleen in water
- Ze eten cellen van buitenaf
- Ze zijn altijd onschadelijk
- Wat is een capside?
- De eiwitmantel rond de genen van een virus
- De celwand van een bacterie
- Een schimmeldraad
- Een soort ribosoom
- Welke capsidevorm heeft het tabaksmozaïekvirus?
- Helixvormig
- Veelvlakkig
- Complex
- Alleen een bolvormige envelop
- In welk jaar kristalliseerde Wendell Stanley het tabaksmozaïekvirus?
- Een virus dat bacteriën infecteert, heet…
- een bacteriofaag
- een prion
- een protozoön
- een capside
- Virionen variëren van ongeveer 20 nm tot ongeveer 900 nm. Hoeveel keer groter is de grootste dan de kleinste?
Bronnen van deze cursus (15)
- OpenStax Microbiology 1.1 What Our Ancestors Knew (fermented drink from rice, honey and fruit in Neolithic China by 7000 BC, Saccharomyces cerevisiae in bread, Leeuwenhoek 1675 "animalcules" in rain water, Golden Age of Microbiology 1857 to 1914; openstax.org/books/microbiology/pages/1-1-what-our-ancestors-knew)
- 1.3 Types of Microorganisms (about 100 µm to see with the eye, animal cell about 10 µm, bacteria about 1 µm, viruses about 100 nm, three domains, coccus/bacillus/spirillum, archaea without peptidoglycan and in extreme places such as Morning Glory pool, protists, algae, diatoms 2 to 200 µm, protozoa with cilia, flagella or pseudopods, fungi with chitin walls, more than 1000 yeast species, molds and penicillin, helminths, prions about one-tenth of a virus; .../1-3-types-of-microorganisms)
- 3.1 Spontaneous Generation (Aristotle, van Helmont's mice recipe of 3 weeks, Redi 1668 with six jars, Needham 1745, Spallanzani, Pasteur 1858 gun-cotton filter, swan-neck flasks, Alhumbert Prize 1862, 1864 lecture; .../3-1-spontaneous-generation)
- 3.2 Foundations of Modern Cell Theory (Semmelweis 1847, 10 to 20 percent vs 1 percent, chlorinated lime; Snow; Pasteur 1856 fermentation; Lister 1867 carbolic acid; Koch's postulates; .../3-2-foundations-of-modern-cell-theory)
- 6.1 Viruses (acellular, obligate intracellular parasites, DNA or RNA never both, capsid, envelope, spikes, helical/polyhedral/complex, 20 nm to 900 nm, Ivanovski 1892 with the Chamberland filter of 1884, pore 0.1 µm, Beijerinck 1898 and virus = poison, Stanley 1935, host range, bacteriophages, FDA 2006 phage spray on lunch meats; .../6-1-viruses)
- 9.1 How Microbes Grow (binary fission, FtsZ Z ring, generation time, E. coli 20 minutes, human generation 25 years, M. tuberculosis 15 to 20 hours, M. leprae 14 days, 2^48 = 281,474,976,710,656 after 24 h at 30 minutes, Nn = N0 2^n, lag/log/stationary/death, budding, fragmentation, Epulopiscium; .../9-1-how-microbes-grow)
- Royal Society: Philosophical Transactions 12:821-831, published 25 March 1677, Leeuwenhoek's Dutch letter of 9 October 1676 "concerning little animals" (doi.org/10.1098/rstl.1677.0003)
- Royal Society archive EL/L1/22 (letter to Oldenburg dated at Delft, 18 pages, partial translation by Oldenburg)
- Royal Society blog "Celebrating Leeuwenhoek", 2023 (first letter via de Graaf, Phil. Trans. 19 May 1673; 190 letters in fifty years; died 26 August 1723 aged 90)
- N. Lane 2015, Phil. Trans. R. Soc. B 370:20140344 (upwards of 1,000,000 creatures in a drop of pepper-water; letter read aloud over several sessions)
- Lens on Leeuwenhoek, letter L-040 (Oldenburg printed less than half; Hooke succeeded later in 1677)
- CDC MMWR 53(34):783, 2004, 150th Anniversary of John Snow and the Pump Handle (31 August 1854, handle removed 8 September 1854, Vibrio cholerae isolated 1883; cdc.gov/mmwr/preview/mmwrhtml/mm5334a1.htm)
- CDC History of Smallpox and Smallpox timeline (Jenner 1796; 33rd World Health Assembly declared the world free of smallpox on 8 May 1980; cdc.gov/smallpox/about/history.html)
- American Chemical Society, Discovery and Development of Penicillin landmark (Fleming 1928 at St Mary's Hospital London, paper June 1929, Florey and Chain at Oxford from 1939; acs.org/education/whatischemistry/landmarks/flemingpenicillin.html)
- Fleming 1929, Br J Exp Pathol 10:226. Sender, Fuchs and Milo 2016, PLoS Biol 14:e1002533 (3.8 × 10^13 bacteria and 3.0 × 10^13 human cells in a 70 kg reference man, ratio about 1.3, bacteria about 0.2 kg).
Geraadpleegd: 2026-10-17