Hoekensom van driehoeken en veelhoeken
Teken een driehoek, zo lang en smal als je wilt, en toch zijn de drie hoeken samen 180°. De hoeken van een zevenhoek zijn samen 900°.
Waarom een driehoek 180° geeft
OpenStax noemt het een van de belangrijkste eigenschappen van driehoeken: de binnenhoeken zijn samen 180°. Je kunt het met papier testen. Knip een driehoek uit, scheur de drie hoeken eraf en leg ze naast elkaar met de punten tegen elkaar. Ze vullen precies een rechte lijn. Het lab hieronder doet hetzelfde met de knop Leg ze op een rij, voor elke driehoek die je in vorm sleept.
Het bewijs gebruikt het vorige hoofdstuk. Teken door het bovenste hoekpunt C een lijn evenwijdig aan de onderste zijde AB. De twee zijden vanuit C werken als snijlijnen. De hoek tussen de nieuwe lijn en zijde CA is een Z-hoek bij hoek A, dus hij is gelijk aan A. Aan de andere kant gebeurt hetzelfde met B. Nu liggen de drie hoeken bij C, namelijk A, dan C zelf, dan B, langs de nieuwe rechte lijn. Een gestrekte hoek is 180°, dus A + B + C = 180°.
Sleep om te draaien. Scroll of knijp om te zoomen.
Wat volgt uit 180°
Een driehoek kan hoogstens één rechte of één stompe hoek hebben, want twee daarvan zouden samen al 180° of meer zijn. In een rechthoekige driehoek zijn de twee scherpe hoeken samen 90°, dus ze zijn complementair. In een gelijkzijdige driehoek zijn alle drie de hoeken gelijk, dus elke hoek is 180 ÷ 3 = 60°. In een gelijkbenige driehoek zijn de twee basishoeken gelijk. Ook deze ontdekking schrijft OpenStax toe aan Thales. Is de tophoek van een gelijkbenige driehoek 40°, dan is elke basishoek (180 − 40) ÷ 2 = 70°.
Een buitenhoek ontstaat als je een zijde voorbij een hoekpunt verlengt. Hij vormt nevenhoeken met de binnenhoek daar, dus hij is gelijk aan 180° min die hoek. Omdat de drie binnenhoeken samen 180° zijn, is hij ook gelijk aan de som van de twee niet-aanliggende hoeken. Met A = 50° en B = 60° is de buitenhoek bij C gelijk aan 110°, zonder dat je C ooit hoeft uit te rekenen (dat is 70°).
Veelhoeken
Elke veelhoek kun je in driehoeken verdelen door diagonalen vanuit één hoekpunt te tekenen. Een veelhoek met n zijden valt uiteen in n − 2 driehoeken, en hun hoeken vormen samen de hoeken van de veelhoek. Dat geeft de formule die OpenStax noemt: de binnenhoeken van een veelhoek met n zijden zijn samen S = (n − 2) × 180°. Een vierhoek geeft 360°, een vijfhoek 540°, een zeshoek 720°, een zevenhoek 900°. In een regelmatige veelhoek zijn alle hoeken gelijk, dus elke hoek is S ÷ n: 108° voor een regelmatige vijfhoek, 120° voor een regelmatige zeshoek zoals een cel van een honingraat.
Je kunt de hoekensom van een veelhoek ook op een tweede manier zien. Loop helemaal langs de rand van een veelhoek. Bij elk hoekpunt draai je over de buitenhoek, en als je weer bij het begin bent, heb je precies één volle draai gemaakt. De buitenhoeken van elke convexe veelhoek zijn dus samen 360°, hoeveel zijden hij ook heeft. Bij een regelmatige zeshoek is elke buitenhoek 360 ÷ 6 = 60° en elke binnenhoek 180 − 60 = 120°, en dat klopt met de formule.
Driehoek 180°. Veelhoek met n zijden: (n − 2) × 180°.
- Een driehoek heeft hoeken van 50° en 60°. De derde hoek?
- Een rechthoekige driehoek heeft een scherpe hoek van 34°. De andere scherpe hoek?
- Elke hoek van een gelijkzijdige driehoek?
- Een gelijkbenige driehoek heeft een tophoek van 40°. Elke basishoek?
- Hoeken A = 50° en B = 60°. Buitenhoek bij C?
- Som van de binnenhoeken van een zeshoek?
- Som van de binnenhoeken van een zevenhoek (7 zijden)?
- Elke binnenhoek van een regelmatige achthoek?
- Een vierhoek heeft hoeken van 90°, 85° en 110°. De vierde hoek?
- Een regelmatige veelhoek heeft binnenhoeken van 140°. Hoeveel zijden?
- Kan een driehoek twee stompe hoeken hebben?
- Nee
- Ja
- Driehoek: A + B + C = 180° (bewijs: een evenwijdige lijn en Z-hoeken).
- Rechthoekige driehoek: scherpe hoeken samen 90°. Gelijkzijdig: elk 60°. Gelijkbenig: gelijke basishoeken.
- Buitenhoek = som van de twee niet-aanliggende binnenhoeken.
- n-hoek: (n − 2) × 180°; regelmatige n-hoek: elke hoek (n − 2) × 180° ÷ n.
Bronnen van deze cursus (5)
- OpenStax, Contemporary Mathematics : 10.2 Angles (angle = two rays with a common endpoint, the vertex; naming ∠ABC and m∡; protractor use, centre mark on the vertex; acute < 90°, right 90°, obtuse between 90° and 180°, straight 180°; adjacent, supplementary (sum 180°), complementary (sum 90°), vertical angles equal; a transversal of two parallel lines makes eight angles numbered 1 to 8, alternate interior 3 and 6, 4 and 5, alternate exterior 2 and 7, 1 and 8, corresponding 1 and 5, 3 and 7, 2 and 6, 4 and 8: openstax.org/books/contemporary-mathematics/pages/10-2-angles)
- 10.3 Triangles (interior angles add to 180°; Thales is credited with the equal base angles of an isosceles triangle and with vertical angles being equal: .../pages/10-3-triangles)
- 10.4 Polygons, Perimeter, and Circumference (interior angle sum S = (n − 2)180°, heptagon 900°: .../pages/10-4-polygons-perimeter-and-circumference)
- OpenStax Precalculus 2e 5.1 Angles (one degree is 1/360 of a full rotation; radian: openstax.org/books/precalculus-2e/pages/5-1-angles)
- MacTutor History of Mathematics, University of St Andrews, "The trigonometric functions" (Ptolemy divides the circle into 360° showing Babylonian influence; 30′ is half of 1°: mathshistory.st-andrews.ac.uk/HistTopics/Trigonometric_functions/)
Geraadpleegd: 2026-10-17