Omkeringen en becijferde bas
Verplaats de C van een C-majeurakkoord naar boven en het blijft C majeur. Met E in de bas klinkt het echter lichter en minder stabiel.
Grondtoon en bas zijn twee verschillende dingen
De bas is de laagst klinkende toon, ongeacht welk instrument die speelt. De grondtoon is de toon waarop het akkoord is gebouwd. In grondligging zijn ze gelijk: bij C E G is C zowel grondtoon als bas. Je kunt de tonen ook anders ordenen. Met de terts onderaan, E G C, staat het akkoord in eerste omkering. Met de kwint onderaan, G C E, staat het in tweede omkering. De grondtoon blijft in alle gevallen C; alleen de bas verandert.
Om de grondtoon van een omgekeerd akkoord te vinden, herschik je de tonen tot een zo compact mogelijke tertsstapel. E G C staat niet in tertsen, want G-C is een kwart. Zet C omlaag en je krijgt C E G. De grondtoon is dus C, en E in de bas betekent eerste omkering. Een visuele aanwijzing: een omgekeerde drieklank heeft op de notenbalk een kwart tussen twee opeenvolgende tonen. De bovenste toon van die kwart is de grondtoon.
Omkeringen schrijven: schuine streep en cijfers
In populaire muziek geeft een schuine streep de bas aan: C/E is een C-akkoord met E in de bas, C/G een C-akkoord met G in de bas. Klassieke analyse gebruikt becijferde bas: cijfers voor de intervallen boven de bas. In grondligging staan een kwint en een terts boven de bas, dus 5 boven 3, meestal niet uitgeschreven. De eerste omkering heeft een sext en een terts, 6 boven 3, afgekort tot 6. De tweede heeft een sext en een kwart: schrijf 6 boven 4 volledig om verwarring met de eerste te voorkomen. Met Romeinse cijfers: I, I⁶, I⁶₄.
| Ligging | Bas | Becijfering | Op C |
|---|---|---|---|
| Grondligging | Grondtoon | (5/3) | C |
| Eerste omkering | Terts | 6 | C/E |
| Tweede omkering | Kwint | 6/4 | C/G |
Waarom zijn omkeringen nuttig? Ze laten de bas in kleine stappen bewegen in plaats van tussen grondtonen te springen. C, G/B, Am geeft een dalende bas C B A terwijl de akkoorden onder de melodie veranderen. De eerste omkering klinkt lichter dan grondligging en komt vaak midden in een frase voor. De tweede is nog minder stabiel. Klassieke componisten gebruikten die op enkele vaste plekken, vooral vlak voor de dominant in een cadens.
- Een C-majeurakkoord met E in de bas staat in…
- Eerste omkering
- Grondligging
- Tweede omkering
- Derde omkering
- Wat is de grondtoon van G-C-E?
- C
- G
- E
- A
- Wat is de bas van C/G?
- G
- C
- E
- B
- Welke becijfering hoort bij een drieklank in eerste omkering?
- 6
- 6/4
- 5/3
- 7
- Welke becijfering hoort bij een drieklank in tweede omkering?
- 6/4
- 6
- 4/2
- 5/3
- Benoem het akkoord A-C-F.
- F majeur, eerste omkering
- A mineur, grondligging
- F majeur, tweede omkering
- D mineur, eerste omkering
- Schrijf een G-majeurakkoord met B in de bas als akkoord met schuine streep.
- Welke intervallen liggen boven de bas in grondligging?
- Een kwint en een terts
- Een sext en een terts
- Een sext en een kwart
- Een septiem en een kwint
- Wie publiceerde in 1722 de Traité de l’harmonie?
- Rameau
- Bach
- Heinichen
- Diletskii
- C, G/B, Am: wat doet de bas?
- Daalt stapsgewijs C B A
- Springt C G A
- Blijft op C
- Stijgt stapsgewijs C D E
- Hoeveel omkeringen heeft een drieklank, de grondligging niet meegeteld?
- Bas = laagste toon; grondtoon = de toon waarop het akkoord is gebouwd.
- Eerste omkering: terts in de bas (6). Tweede omkering: kwint in de bas (6/4).
- Akkoorden met schuine streep: C/E, C/G.
- Herschik in tertsen om de grondtoon te vinden.
Bronnen van deze cursus (9)
- Open Music Theory 2e (Viva Pressbooks; ideas only, no sentences copied): "Triads" (a chord is three or more pitch classes sounding together, triads stack in thirds on all lines or all spaces, root/third/fifth, four qualities named for the third (major, minor) or the fifth (diminished, augmented), common expressive associations, chord symbols C, Cmi, C°, C+, spelling with the root's major key signature, doubling and spacing do not change identity, triad qualities on each degree of major and minor; viva.pressbooks.pub/openmusictheory/chapter/triads/)
- "Seventh Chords" (five qualities, other names, qualities on each degree in major; viva.pressbooks.pub/openmusictheory/chapter/seventh-chords/)
- "Inversion" (bass vs root, first/second/third inversion, slash symbols; viva.pressbooks.pub/openmusictheory/chapter/inversion/)
- "Figured Bass and Roman Numerals with Figures" (5/3, 6/3, 6/4, 7, 6/5, 4/3, 4/2, abbreviations; viva.pressbooks.pub/openmusictheory/chapter/figured-bass/)
- "Roman Numerals" (uppercase major, lowercase minor, ° diminished, + augmented, ø7 and °7; viva.pressbooks.pub/openmusictheorycopy/chapter/roman-numerals)
- "Introduction to Harmony, Cadences, and Phrase Endings" (tonic, predominant, dominant functions with chord lists, phrase model, PAC/IAC/HC definitions; viva.pressbooks.pub/openmusictheory/chapter/intro-to-harmony/)
- Robert Hutchinson, Music Theory for the 21st-Century Classroom, "Cadences" (plagal IV-I, deceptive V-vi, the prelude to Act I of Wagner's Tristan und Isolde as a famous deceptive cadence; no bar number given in the text; musictheory.pugetsound.edu/mt21c/cadences.html) and "Figured Bass Inversion Symbols" (musictheory.pugetsound.edu/mt21c/FiguredBassInversionSymbols.html)
- Wikipedia "Treatise on Harmony" (Rameau, Paris 1722, fundamental bass and inversion of chords; en.wikipedia.org/wiki/Treatise_on_Harmony)
- musictheory.net lessons 40-47 used as a cross-check only. frequencies with f = 440 x 2^((m - 69) / 12) (C4 261.63, E4 329.63, G4 392.00 Hz).
Geraadpleegd: 2026-10-17