Akkoorden
Stapel tertsen tot drieklanken, hoor majeur, mineur, verminderd en overmatig, benoem akkoorden met Romeinse cijfers, lees omkeringen en septiemakkoorden en volg akkoordgangen en cadensen aan frase-einden.
Over deze cursus
Verdubbelingen en onderlinge afstanden veranderen de naam van een akkoord niet. Een gitarist die een open C-akkoord over zes snaren strumt, speelt C, E, G, C, E, met één stille snaar. Een pianist kan links C spelen en rechts E, G, C. Beide blijven een drieklank C majeur, omdat de verzameling nootnamen gelijk is. Vanuit dat idee bouw je akkoorden: stapel tertsen tot drieklanken, benoem ze en luister naar het resultaat.
De zes hoofdstukken behandelen drieklanken, majeur, mineur, verminderd en overmatig, akkoorden in een toonsoort en Romeinse cijfers, omkeringen en becijferde bas, septiemakkoorden, en progressies en cadensen. Twee kleine tertsen vormen een verminderde drieklank: B, D, F is 3 + 3 halve tonen, met een verminderde kwint van slechts 6. Twee grote tertsen vormen een overmatige drieklank: C, E, G♯ is 4 + 4 en de kwint telt 8 halve tonen. In een majeurtoonsoort verschijnt één verminderde drieklank op de leidtoon. Een overmatige drieklank komt helemaal niet voor onder de zeven drieklanken uit de toonladder. Bouw een septiemakkoord op elke trap van een majeurtoonladder en de akkoordtypen volgen een vast patroon. In C majeur is G7 het enige dominantseptiemakkoord. Dm7, Em7 en Am7 zijn mineurseptiemakkoorden en Bø7 is halfverminderd.
In het laatste hoofdstuk geef je frasen vorm. In deze stijl gaat een frase meestal van tonica naar predominant, dominant en terug naar tonica: T-PD-D-T. Leerboeken noemen dit het frasemodel. I-IV-V-I in C majeur is C, F, G, C: je vertrekt, bouwt spanning op en keert terug. Voeg F toe boven G-B-D en je krijgt G7, waarin B naar C wil stijgen en F naar E wil dalen.
Voor je begint
Tertsen en majeurtoonladders verklaren vrijwel elk akkoord op deze pagina's. Als je Intervallen en Toonladders en toonsoorten herhaalt, kun je de toonkeuzes volgen in plaats van vormen uit je hoofd te leren. De lessen beginnen met het stapelen van tertsen en houden daarna dezelfde noten in beeld terwijl akkoorden van ligging en functie veranderen.
Als je klaar bent
Je kunt majeur-, mineur-, verminderde en overmatige drieklanken bouwen, akkoorden binnen een toonsoort met Romeinse cijfers aangeven en omkeringen aan de basnoot herkennen. Je kunt een septiem aan een drieklank toevoegen, een akkoordenschema volgen en een frase die op V eindigt onderscheiden van een frase die van V naar I gaat.
- 1DrieklankenSla vanaf C steeds één witte toets over: C E G. Dat is een drieklank, het akkoord onder de meeste bekende liedjes.
- 2Majeur, mineur, verminderd en overmatigC-E-G en C-E♭-G verschillen één halve toon in de middelste noot. Die ene halve toon vormt het verschil tussen een majeur- en een mineurakkoord.
- 3Akkoorden en Romeinse cijfersBouw op elk van de zeven noten van een majeurtoonladder een drieklank. Het patroon is altijd hetzelfde: drie majeurdrieklanken, drie mineurdrieklanken en één verminderde.
- 4Omkeringen en becijferde basVerplaats de C van een C-majeurakkoord naar boven en het blijft C majeur. Met E in de bas klinkt het echter lichter en minder stabiel.
- 5SeptiemakkoordenVoeg F boven G-B-D toe en je krijgt G7, een akkoord waarin B naar C wil stijgen en F naar E wil dalen.
- 6Akkoordgangen en cadensenEindig een frase op V en het klinkt als een vraag; volg V met I en het klinkt als een punt.
Bronnen van deze cursus (9)
- Open Music Theory 2e (Viva Pressbooks; ideas only, no sentences copied): "Triads" (a chord is three or more pitch classes sounding together, triads stack in thirds on all lines or all spaces, root/third/fifth, four qualities named for the third (major, minor) or the fifth (diminished, augmented), common expressive associations, chord symbols C, Cmi, C°, C+, spelling with the root's major key signature, doubling and spacing do not change identity, triad qualities on each degree of major and minor; viva.pressbooks.pub/openmusictheory/chapter/triads/)
- "Seventh Chords" (five qualities, other names, qualities on each degree in major; viva.pressbooks.pub/openmusictheory/chapter/seventh-chords/)
- "Inversion" (bass vs root, first/second/third inversion, slash symbols; viva.pressbooks.pub/openmusictheory/chapter/inversion/)
- "Figured Bass and Roman Numerals with Figures" (5/3, 6/3, 6/4, 7, 6/5, 4/3, 4/2, abbreviations; viva.pressbooks.pub/openmusictheory/chapter/figured-bass/)
- "Roman Numerals" (uppercase major, lowercase minor, ° diminished, + augmented, ø7 and °7; viva.pressbooks.pub/openmusictheorycopy/chapter/roman-numerals)
- "Introduction to Harmony, Cadences, and Phrase Endings" (tonic, predominant, dominant functions with chord lists, phrase model, PAC/IAC/HC definitions; viva.pressbooks.pub/openmusictheory/chapter/intro-to-harmony/)
- Robert Hutchinson, Music Theory for the 21st-Century Classroom, "Cadences" (plagal IV-I, deceptive V-vi, the prelude to Act I of Wagner's Tristan und Isolde as a famous deceptive cadence; no bar number given in the text; musictheory.pugetsound.edu/mt21c/cadences.html) and "Figured Bass Inversion Symbols" (musictheory.pugetsound.edu/mt21c/FiguredBassInversionSymbols.html)
- Wikipedia "Treatise on Harmony" (Rameau, Paris 1722, fundamental bass and inversion of chords; en.wikipedia.org/wiki/Treatise_on_Harmony)
- musictheory.net lessons 40-47 used as a cross-check only. frequencies with f = 440 x 2^((m - 69) / 12) (C4 261.63, E4 329.63, G4 392.00 Hz).
Geraadpleegd: 2026-10-17