De bepaalde integraal
De integraal van 4 − x² van 0 tot 3 is 3: de 16/3 boven de as min de 7/3 eronder.
De limiet van de sommen
De bepaalde integraal van f van a tot b is de limiet van de riemannsommen als het aantal stukken onbegrensd groeit: ∫ab f(x) dx = limn→∞ Σi=1n f(xi*)Δx, mits de limiet bestaat en niet afhangt van de gekozen punten. Bestaat die, dan is f integreerbaar op [a, b]. OpenStax merkt op dat elke continue functie op een gesloten interval integreerbaar is. Voor de functies in deze cursus bestaat de limiet dus altijd.
In de notatie herken je het beeld. De lange S, ∫, is een uitgerekte letter voor som, ingevoerd door Leibniz. De getallen a en b zijn de integratiegrenzen, f(x) is de integrand en dx staat voor de breedte van een uiterst smalle rechthoek. Het geeft ook aan over welke variabele je optelt. De letter x is een hulpvariabele: ∫02 x² dx en ∫02 t² dt zijn hetzelfde getal, 8/3.
Netto-oppervlakte met teken
Ligt f onder de x-as, dan hebben de rechthoeken daar negatieve hoogten en trek je hun oppervlakten af. De integraal geeft de netto-oppervlakte met teken: oppervlakte boven de as min oppervlakte eronder. Voor f(x) = 4 − x² op [0, 3] ligt de kromme boven de as op [0, 2], met oppervlakte 16/3, en eronder op [2, 3], met oppervlakte 7/3. Dus ∫03 (4 − x²) dx = 16/3 − 7/3 = 3. Wil je de totale oppervlakte zonder teken, integreer dan |f|. Hier geeft dat 16/3 + 7/3 = 23/3. Welke bedoeld is, hangt af van de vraag: een nettoverandering of een hoeveelheid verf.
Oppervlakte met teken verklaart ook een handige symmetrie. Is f oneven, dus f(−x) = −f(x), zoals bij x³ of sin x, dan is de oppervlakte links van de y-as het spiegelbeeld van die rechts, maar onder de as. Daarom is ∫−aa f(x) dx = 0. Bij een even functie zoals x² zijn beide helften gelijk en is de integraal over [−a, a] twee keer die over [0, a]. Eerst symmetrie herkennen kan een hele berekening schelen.
Regels en meetkunde
Uit de definitie volgen enkele eigenschappen. Een integraal over één punt is nul: ∫aa f dx = 0. Grenzen verwisselen verandert het teken: ∫ba f dx = −∫ab f dx. Integralen over aangrenzende intervallen tel je op: ∫ab + ∫bc = ∫ac. Constante factoren mag je buiten de integraal halen. De integraal van een som is de som van de integralen. Bij bekende vormen geeft meetkunde direct het antwoord: ∫03 2x dx is een driehoek met basis 3 en hoogte 6, oppervlakte 9; ∫04 3 dx is een rechthoek van 4 bij 3, dus 12; en ∫−11 √(1 − x²) dx is een halve eenheidsschijf, π/2.
Sleep om te draaien. Scroll of knijp om te zoomen.
- Wat is ∫03 2x dx? Gebruik een driehoek.
- ∫04 3 dx = ?
- Wat is ∫−11 √(1 − x²) dx op 4 decimalen?
- ∫55 x³ dx = ?
- ∫02 f dx = 5. Wat is ∫20 f dx?
- ∫02 f dx = 5 en ∫25 f dx = −1. Wat is ∫05 f dx?
- Dezelfde f: wat is ∫02 3f(x) dx?
- ∫03 (4 − x²) dx = ?
- De totale oppervlakte zonder teken tussen 4 − x² en de as op [0, 3] is:
- 23/3
- 3
- 16/3
- 7/3
- Welke functies zijn zeker integreerbaar op [a, b]?
- continue functies
- alleen veeltermen
- alleen positieve functies
- alleen stijgende functies
- ∫ab f(x) dx = limn→∞ Σ f(xi*)Δx.
- Het is de netto-oppervlakte met teken: boven de as min eronder.
- ∫aa = 0, grenzen verwisselen keert het teken om, aangrenzende intervallen tel je op.
- Bij bekende vormen kun je meetkundig integreren.
Bronnen van deze cursus (6)
- OpenStax, Calculus Volume 1 , chapter 5 Integration: 5.1 Approximating Areas (Archimedes and the method of exhaustion; sigma notation with Σ 3^i for i = 1 to 5 = 363; left and right endpoint approximations L4 = 1.75 and R4 = 3.75 for x² on [0, 2], L6 = 3.4375 and R6 = 5.6875 for x²/2 on [0, 3]; (x − 1)³ + 4 on [0, 2] approaching 8; Riemann sums named for the 19th-century mathematician Bernhard Riemann; upper and lower sums: openstax.org/books/calculus-volume-1/pages/5-1-approximating-areas)
- 5.2 The Definite Integral (limit of Riemann sums, integrability of continuous functions, net signed area, properties: .../pages/5-2-the-definite-integral)
- 5.3 The Fundamental Theorem of Calculus (Newton and Leibniz, among others, late 1600s and early 1700s; mean value theorem for integrals; parts 1 and 2: .../pages/5-3-the-fundamental-theorem-of-calculus)
- 5.4 Integration Formulas and the Net Change Theorem (.../pages/5-4-integration-formulas-and-the-net-change-theorem)
- 4.10 Antiderivatives (.../pages/4-10-antiderivatives)
- MacTutor, University of St Andrews: Archimedes (287 BC to 212 BC; area of a parabolic segment; π bounded with 96-sided inscribed and circumscribed polygons: mathshistory.st-andrews.ac.uk/Biographies/Archimedes) and Leibniz (first used the ∫ f(x) dx notation in a manuscript of 21 November 1675: mathshistory.st-andrews.ac.uk/Biographies/Leibniz).
Geraadpleegd: 2026-10-17