edubun
Nederlands

Letters voor getallen: van woorden naar uitdrukkingen

In 1591 drukte François Viète een boek waarin letters getallen voorstelden: klinkers onbekende, medeklinkers bekende.

AchtergrondFrançois Viète was de zoon van een advocaat en studeerde zelf ook rechten. In de MacTutor-biografie van de Universiteit van St Andrews wordt hij geciteerd: hij beschouwde zichzelf niet als beroepswiskundige, maar genoot van wiskunde wanneer hij vrije tijd had. Hij was er goed genoeg in om Hendrik IV van Frankrijk te laten aankloppen voor het lezen van gecodeerde brieven aan diens vijand, Filips II van Spanje. Viète had enige tijd nodig voor de code, maar hij kraakte haar. In 1591 publiceerde hij in Tours In artem analyticam isagoge, volgens MacTutor de eerste systematische algebraïsche notatie. Letters stonden voor grootheden, zowel bekende als onbekende: klinkers voor de onbekenden, medeklinkers voor de bekende grootheden. Het huidige gebruik van vroege letters zoals a, b en c voor bekende waarden en late letters zoals x voor onbekenden kwam later van René Descartes. Hij gebruikte dit in La Géométrie, in 1637 in Leiden gedrukt als bijlage bij zijn Discourse on Method.

Eén letter voor elke leeftijd tegelijk

OpenStax begint het hoofdstuk over algebra met twee mensen die op dezelfde dag jarig zijn. Greg is dit jaar 20 en Alex is 23. Toen Greg 12 was, was Alex 15; wanneer Greg 35 is, zal Alex 38 zijn. Hoe oud Greg ook is, Alex is 3 jaar ouder. De leeftijden veranderen en zijn in de algebra dus variabelen. Het verschil van 3 verandert nooit en is daarom een constante. Noem Gregs leeftijd g en je kunt elke rij van die tabel beschrijven met één uitdrukking: g + 3. Een variabele is een letter die een getal of grootheid voorstelt waarvan de waarde kan veranderen. Veelgebruikte letters voor variabelen zijn x, y, a, b en c, maar elke letter kan, zolang je zegt wat ze betekent.

Een uitdrukking is een getal, een variabele of een combinatie van getallen, variabelen en bewerkingstekens: 3 + 5, n − 1, 6 · 7 en g + 3 zijn allemaal uitdrukkingen. OpenStax vergelijkt een uitdrukking met een Engelse woordgroep, zoals ‘de som van drie en vijf’, zonder werkwoord. Een vergelijking verbindt twee uitdrukkingen met een gelijkteken. Dat gelijkteken werkt als het werkwoord dat van een woordgroep een zin maakt: 3 + 5 = 8 doet een uitspraak die waar of onwaar is. Controleer bij het omzetten van woorden in algebra eerst welke van de twee wordt gevraagd. ‘Vijf meer dan n’ is een woordgroep, dus het antwoord is de uitdrukking n + 5. ‘Vijf meer dan n is 12’ is een zin en wordt daarom de vergelijking n + 5 = 12.

Vermenigvuldigen en delen kort schrijven

In de algebra vermijden we het maalteken ×, omdat het op de letter x lijkt. OpenStax vraagt: betekent 3xy nu 3 × y of 3 · x · y? Gebruik liever een verhoogde punt of haakjes, of zet de factoren gewoon naast elkaar. Het getal komt vóór de letters: x · 3 schrijven we als 3x en b · 5 · a wordt 5ab, meestal met de letters in alfabetische volgorde. Een factor 1 schrijven we niet: 1 · a is gewoon a en −1 · a is −a. Herhaalde factoren worden een macht, dus a · a · a is a³, uitgesproken als ‘a tot de derde macht’. Delen schrijven we meestal als een breuk: a ÷ 4 wordt a boven 4, ook te typen als a/4. Niets hiervan verandert de waarde. Het maakt uitdrukkingen alleen korter en gemakkelijker te vergelijken.

Lange vormKorte vorm
x · 33x
b · 5 · a5ab
1 · aa
(−1) · a−a
a · a · aa³
a ÷ 4a/4 (a boven 4)
(x + y) · 22(x + y)

Woorden omzetten in een uitdrukking

De meeste omschrijvingen noemen een bewerking en daarna twee getallen. ‘De som van a en b’ is a + b, ‘het verschil van 20 en 4’ is 20 − 4, ‘het product van 6 en n’ is 6n en ‘het quotiënt van x en 3’ is x/3. Let op de woorden ‘van’ en ‘en’ om de twee getallen te vinden. Twee omschrijvingen vragen extra aandacht, omdat de leesvolgorde wordt omgekeerd. ‘Acht meer dan y’ betekent dat je 8 bij y optelt, dus y + 8. ‘Zeven minder dan 9z’ betekent dat je 7 van 9z aftrekt, dus 9z − 7 en niet 7 − 9z. Een snelle proef met getallen neemt de twijfel weg: zeven minder dan 10 is 3, en alleen 10 − 7 geeft 3.

Langere beschrijvingen werken hetzelfde zodra je de onbekende een naam geeft. OpenStax beschrijft een raam waarvan de hoogte 6 inch minder is dan de breedte. Stel dat w de breedte is; dan is de hoogte w − 6. Nog een voorbeeld: in een portemonnee zitten 2 minder dubbeltjes dan 5 keer het aantal kwartjes. Noem het aantal kwartjes q. Vijf keer dat aantal is 5q, en 2 minder is 5q − 2. Bij winkelvragen werkt het net zo. Als schriften $3 per stuk kosten en een pen $2 kost, dan kosten n schriften en één pen samen 3n + 2 dollar. Schrijf vóór je begint in een korte zin wat de letter betekent. Een letter waarvan je de betekenis nooit hebt opgeschreven, is de meest voorkomende reden waarom een correct ogende uitdrukking toch fout blijkt.

Een uitdrukking heeft geen gelijkteken; een vergelijking wel. y + 8 is een uitdrukking en y + 8 = 40 is een vergelijking. Als de vraag luidt ‘schrijf een uitdrukking’, beantwoordt een antwoord met ‘=’ erin een andere vraag.
de som van a en ba + b
het verschil van a en ba − b
het product van 6 en n6n
het quotiënt van x en 3x/3
acht meer dan yy + 8
zeven minder dan 9z9z − 7
tweemaal n, plus 12n + 1
variabeleeen letter voor een veranderlijke waarde
constanteeen getal met blijvende waarde
  1. Acht meer dan y:
    • y + 8
    • 8y
    • y − 8
    • 8 − y
  2. Zeven minder dan 9z:
    • 9z − 7
    • 7 − 9z
    • 9z + 7
    • 63z
  3. Schrijf het product van 6 en n op de korte manier.
  4. Schrijf x · y · 3 kort.
  5. Schrijf a · a · a als macht.
  6. Hoe schrijf je a ÷ 4 meestal in algebra?
    • a/4
    • 4/a
    • 4a
    • a − 4
  7. Welke is een vergelijking?
    • y + 8 = 40
    • y + 8
    • 4 · 2 + 1
    • x ÷ 25
  8. Alex is 3 jaar ouder dan Greg, die g jaar is. Alex’ leeftijd is:
    • g + 3
    • g − 3
    • 3g
    • g/3
  9. Schriften kosten $3 per stuk, een pen $2. Schrijf de kosten in dollar van n schriften en één pen.
  10. Het aantal dubbeltjes is 2 minder dan 5 keer het aantal kwartjes q. Het aantal dubbeltjes is:
    • 5q − 2
    • 2 − 5q
    • 5(q − 2)
    • 5q + 2
  11. Hoe schrijf je b · 5 · a gewoonlijk?
    • 5ab
    • b5a
    • ab5
    • 5 + a + b
Veelgemaakte fouten
  • ‘Zeven minder dan x is 7 − x.’ De omschrijving begint bij x en haalt daar 7 vanaf: x − 7. Vul x = 10 in. Zeven minder dan 10 is 3, terwijl 7 − 10 gelijk is aan −3. Daarom geeft 7 − x het verkeerde teken.
  • ‘3x betekent 3 + x.’ Naast elkaar betekent vermenigvuldigen: 3x = 3 · x. Bij x = 4 is 3x 12, maar 3 + x is 7.
  • ‘1x en x3 zijn goede schrijfwijzen voor x en 3x.’ Ze geven de juiste waarde, maar volgens de gebruikelijke afspraken laat je de 1 weg en zet je het getal vooraan: x en 3x. Met de standaardvorm zijn uitdrukkingen bij toetsen en voor andere lezers sneller te begrijpen.
Voor de docentIn het Koreaanse nationale curriculum van 2022 komen letters aan bod in de onderbouw van het voortgezet onderwijs (leerjaren 1 tot 3). De standaard vraagt leerlingen om verschillende situaties als uitdrukkingen met letters te schrijven, het nut van letters te herkennen en de waarde van een uitdrukking te bepalen. De toelichting vraagt docenten ook om letters te vergelijken met getallen en alledaagse taal: wat hebben ze gemeen en waarin verschillen ze? Eerder schrijven leerlingen in de leerjaren 5 tot 6 van de basisschool al verbanden met vakjes en driehoeken. De stap van een vakje naar een letter vormt dus een goede brug: schrijf eerst □ + 3 en daarna a + 3. Bij de woorden ‘minder dan’ gaan de meeste omzettingen mis. Laat leerlingen elke omzetting eerst met één getal testen voordat ze verdergaan.
Belangrijkste punten
  • Een variabele is een letter voor een veranderlijk getal; een constante blijft gelijk.
  • Een uitdrukking heeft geen gelijkteken; een vergelijking verbindt twee uitdrukkingen met =.
  • Korte vormen: 3x, 5ab, a voor 1a, a³ voor a · a · a, a/4 voor a ÷ 4.
  • ‘Zeven minder dan 9z’ is 9z − 7. Test omzettingen met een getal.
Bronnen van deze cursus (10)
  • Curriculum: 교육부 고시 제2022-33호 [별책 8] 수학과 교육과정 (ncic.re.kr/inv/org/download.do?year=2022&seq=10003559&orgType=ogi4, PDF read 2026-10-19: 초등학교 3~4학년군 [4수02-01] 다양한 변화 규칙을 찾아 설명하고 수나 식으로 나타내기(규칙을 식으로 나타낼 때 혼합 계산식, 일반항을 나타낸 식 등을 이용해야 하는 복잡한 문제는 다루지 않음); 초등학교 5~6학년군 [6수01-01] 혼합 계산에서 계산하는 순서(계산 순서에 중점, 지나치게 복잡한 혼합 계산은 다루지 않음), [6수01-04] 약수·공약수·최대공약수, [6수02-01] 대응 관계를 □, △ 등을 사용하여 식으로(덧셈식, 뺄셈식, 곱셈식, 나눗셈식 중 하나로 표현되는 간단한 경우만); 중학교 1~3학년군 [9수01-02] 소인수분해로 최대공약수, 수와 연산 용어 거듭제곱·지수·밑·분배법칙, [9수02-01] 다양한 상황을 문자를 사용한 식으로 나타내어 유용성을 인식하고 식의 값 구하기, [9수02-02] 일차식의 덧셈과 뺄셈, [9수02-09] 다항식의 덧셈과 뺄셈, [9수02-10] (단항식)×(다항식), [9수02-14] 함숫값, [9수02-19] 다항식의 곱셈과 인수분해(역관계 이해); 변화와 관계 용어 대입, 다항식, 항, 단항식, 상수항, 계수, 차수, 일차식, 동류항, 등식, 전개, 변수, 인수, 인수분해; '식의 값', '전개식'은 교수·학습 상황에서 사용 가능; 문자와 수, 문자와 일상 언어의 공통점과 차이점 탐색)
  • Textbooks: OpenStax Prealgebra 2e, 2.1 Use the Language of Algebra (Greg 20 and Alex 23, g + 3; variable and constant; × not used in algebra; expression like a phrase, equation like a sentence; 4 + 3·7 gives 25, not 49; PEMDAS and "Please Excuse My Dear Aunt Sally"; multiplication and division left to right, 18 ÷ 9·2; 18 ÷ 6 + 4(5 − 2); 5 + 2³ + 3[6 − 3(4 − 2)]; 2³ + 3⁴ ÷ 3 − 5²; work down the page: openstax.org/books/prealgebra-2e/pages/2-1-use-the-language-of-algebra)
  • 2.2 Evaluate, Simplify, and Translate Expressions (evaluate by substituting; 9x − 2 at x = 5 and x = 1; term, coefficient, coefficient of x is 1; 9b + 15x² + a + 6; like terms 5x, 7, n², 4, 3x, 9n²; 3x + 7 + 4x + 5; 7x² + 8x − x² − 4x; eight more than y, seven less than 9z; window height 6 inches less than width; dimes 2 less than 5 times the quarters: .../pages/2-2-evaluate-simplify-and-translate-expressions)
  • 7.3 Distributive Property (three friends at the movies, 3(9.25) = 3(9 + 0.25) = 27.75; a(b + c) = ab + ac, a(b − c), (b + c)a; 3(x + 4); 2(x − 3); 6(5y + 1); 100(0.3 + 0.25q): .../pages/7-3-distributive-property)
  • 9.4 (perimeter of a rectangle P = 2L + 2W: .../pages/9-4-use-properties-of-rectangles-triangles-and-trapezoids)
  • OpenStax Elementary Algebra 2e, 7.1 Greatest Common Factor and Factor by Grouping (GCF of 54 and 36 is 18; GCF of 27x³ and 18x⁴ is 9x³; four steps, distributive property in reverse, check by multiplying; 4x + 12, 5a + 5, 12x − 60, 4y² + 24y + 28, 5x³ − 25x², 21x³ − 9x² + 15x = 3x(7x² − 3x + 5), −8y − 24 = −8(y + 3), 5q(q + 7) − 6(q + 7): openstax.org/books/elementary-algebra-2e/pages/7-1-greatest-common-factor-and-factor-by-grouping)
  • 2.6 (distance, rate and time formula d = rt: .../pages/2-6-solve-a-formula-for-a-specific-variable)
  • Microsoft Support, "Calculation operators and precedence in Excel" (negation before %, ^, then * and /, then + and −; =5+2*3: support.microsoft.com/en-us/office/calculation-operators-and-precedence-in-excel-48be406d-4975-4d31-b2b8-7af9e0e2878a)
  • History for the story block only: MacTutor History of Mathematics, University of St Andrews, "François Viète" (1540 to 1603; studied law, son of a lawyer; decoded letters to Philip II of Spain for Henry IV; In artem analyticam isagoge, Tours 1591, first systematic algebraic notation, vowels for unknowns and consonants for knowns; convention of early letters for knowns and late letters for unknowns introduced later by Descartes in La Géométrie: mathshistory.st-andrews.ac.uk/Biographies/Viete/)
  • "René Descartes" (1596 to 1650; La Géométrie an appendix to the Discours de la méthode, published at Leiden in 1637: mathshistory.st-andrews.ac.uk/Biographies/Descartes/).

Geraadpleegd: 2026-10-19