Expressies uitrekenen en de rekenvolgorde
4 + 3 · 7 van links naar rechts geeft 49, eerst vermenigvuldigen 25. Slechts één waarde kan juist zijn, dus spreek je de volgorde vooraf af.
Van links naar rechts geeft 49
OpenStax opent het onderdeel over rekenvolgorde met precies deze uitdrukking, 4 + 3 · 7, en twee groepen leerlingen. De eerste groep leest zoals we een zin lezen: 4 + 3 is 7 en 7 · 7 is 49. De tweede groep vermenigvuldigt eerst: 3 · 7 is 21 en 4 + 21 is 25. Beide groepen rekenen correct, dus het verschil zit niet in het optellen of vermenigvuldigen zelf. Het gaat om welke bewerking eerst komt. Als dezelfde uitdrukking twee verschillende getallen zou kunnen betekenen, zou niemand een formule voor iemand anders kunnen schrijven. Daarom spraken wiskundigen één volgorde af en is het antwoord 25.
De gewoonte om van links naar rechts te werken is niet dwaas. Ze is juist bij een rij optellingen en aftrekkingen, en ook bij een rij vermenigvuldigingen en delingen. Het gaat mis wanneer je beide soorten mengt, omdat vermenigvuldigen sterker bindt dan optellen. Lees 4 + 3 · 7 als 4 plus drie keer zeven: 3 · 7 is één blok, één hoeveelheid, en de 4 wordt daarbij opgeteld. Zo gelezen is 25 niet langer alleen de uitkomst van een regel die je moet onthouden, maar volgt het antwoord uit de betekenis van de uitdrukking.
De afgesproken volgorde stap voor stap
- Haakjes en andere groeperingstekens, binnenste eerst.
- Machten.
- Vermenigvuldigen en delen, van links naar rechts.
- Optellen en aftrekken, van links naar rechts.
In Engelstalige lessen onthoudt men de volgorde met PEMDAS, via het onzinnige zinnetje dat OpenStax aanhaalt: ‘Please Excuse My Dear Aunt Sally’. De koppels zijn belangrijker dan de volgorde van de letters. ‘My Dear’ hoort bij elkaar omdat vermenigvuldigen en delen dezelfde voorrang hebben: je doet wat vanaf links het eerst komt. Dus 18 ÷ 9 · 2 is 2 · 2 = 4 en niet 18 ÷ 18 = 1. Hetzelfde geldt voor ‘Aunt Sally’: 10 − 3 + 2 is 9 en niet 5. Een langer voorbeeld uit hetzelfde boek is 18 ÷ 6 + 4(5 − 2). De haakjes geven 3, daarna is 18 ÷ 6 gelijk aan 3 en 4 · 3 gelijk aan 12, en 3 + 12 = 15.
Haakjes binnen haakjes werk je van binnen naar buiten uit. Begin in 5 + 2³ + 3[6 − 3(4 − 2)] met 4 − 2 = 2. Binnen de vierkante haakjes staat dan 6 − 3 · 2 = 0 en drie keer nul is 0. De macht 2³ is 8, dus het geheel is 5 + 8 + 0 = 13. Schrijf elke stap op een eigen regel onder de vorige. OpenStax raadt deze manier van naar beneden werken aan. Zo vind je het gemakkelijkst waar een fout is ontstaan, omdat elke regel een volledige, kortere uitdrukking is met dezelfde waarde als de regel erboven.
Een getal op de plek van de letter
De waarde van een uitdrukking bepalen betekent uitrekenen wat ze waard is wanneer je de variabele door een gegeven getal vervangt. Je vult in en vereenvoudigt daarna volgens de rekenvolgorde. Voor 9x − 2 met x = 5 wordt de uitdrukking 9 · 5 − 2 = 45 − 2 = 43. Met x = 1 wordt ze 9 − 2 = 7. Dezelfde uitdrukking geeft verschillende waarden, omdat haar waarde afhangt van het ingevulde getal. Schrijf bij het invullen het vermenigvuldigingsteken er weer bij. Bij x = 4 is 3x gelijk aan 3 · 4 = 12. Wie de 4 direct achter de 3 schrijft, ziet 34 staan, en dat is een ander getal.
Vul negatieve getallen tussen haakjes in. Als x = −3, dan is x² gelijk aan (−3)² = (−3) · (−3) = 9. De uitdrukking −x² is anders: je berekent eerst de macht en past daarna het minteken toe. Bij x = −3 is de waarde dus −9 en bij x = 3 ook −9. Haakjes beschermen ook bij aftrekken: 5 − x bij x = −2 is 5 − (−2) = 7. Een spreadsheet is handig om dezelfde uitdrukking voor veel waarden tegelijk uit te rekenen. In het spreadsheetpracticum hieronder ga je precies dat doen.
Sleep om te draaien. Scroll of knijp om te zoomen.
- Vereenvoudig 4 + 3 · 7.
- Vereenvoudig (4 + 3) · 7.
- Vereenvoudig 18 ÷ 9 · 2.
- Vereenvoudig 18 ÷ 6 + 4(5 − 2).
- Vereenvoudig 5 + 2³ + 3[6 − 3(4 − 2)].
- Vereenvoudig 2³ + 3⁴ ÷ 3 − 5².
- Bereken 9x − 2 bij x = 5.
- Bereken 3x + 7 bij x = 4.
- Bereken x² bij x = −3.
- Bereken −x² bij x = 3.
- Bereken 5 − x bij x = −2.
- Welke spreadsheetformule berekent 9x − 2 met x in A2?
- =9*A2-2
- =9A2-2
- =9*(A2-2)
- 9*A2-2
- ‘2 + 3 · 4 = 20, want je rekent van links naar rechts.’ Vermenigvuldigen gaat vóór optellen: 3 · 4 = 12 en 2 + 12 = 14. Van links naar rechts werken bepaalt alleen de volgorde tussen bewerkingen met dezelfde voorrang.
- ‘Vermenigvuldigen gaat altijd vóór delen, dus 18 ÷ 9 · 2 = 18 ÷ 18 = 1.’ Ze hebben dezelfde rang. Ga van links naar rechts: 18 ÷ 9 = 2, dan 2 · 2 = 4.
- ‘Bij x = −3 is x² −9.’ Vul in met haakjes: (−3)² = 9. De waarde −9 hoort bij −x², waar de macht vóór het minteken wordt uitgerekend.
- Volgorde: haakjes, machten, vermenigvuldigen/delen links naar rechts, optellen/aftrekken links naar rechts.
- Om een waarde te berekenen vervang je de letter door het getal en vereenvoudig je.
- Zet negatieve getallen tussen haakjes: (−3)² = 9, maar −3² = −9.
- Spreadsheets gebruiken * en ^ en passen een minteken vooraan toe vóór de macht.
Bronnen van deze cursus (10)
- Curriculum: 교육부 고시 제2022-33호 [별책 8] 수학과 교육과정 (ncic.re.kr/inv/org/download.do?year=2022&seq=10003559&orgType=ogi4, PDF read 2026-10-19: 초등학교 3~4학년군 [4수02-01] 다양한 변화 규칙을 찾아 설명하고 수나 식으로 나타내기(규칙을 식으로 나타낼 때 혼합 계산식, 일반항을 나타낸 식 등을 이용해야 하는 복잡한 문제는 다루지 않음); 초등학교 5~6학년군 [6수01-01] 혼합 계산에서 계산하는 순서(계산 순서에 중점, 지나치게 복잡한 혼합 계산은 다루지 않음), [6수01-04] 약수·공약수·최대공약수, [6수02-01] 대응 관계를 □, △ 등을 사용하여 식으로(덧셈식, 뺄셈식, 곱셈식, 나눗셈식 중 하나로 표현되는 간단한 경우만); 중학교 1~3학년군 [9수01-02] 소인수분해로 최대공약수, 수와 연산 용어 거듭제곱·지수·밑·분배법칙, [9수02-01] 다양한 상황을 문자를 사용한 식으로 나타내어 유용성을 인식하고 식의 값 구하기, [9수02-02] 일차식의 덧셈과 뺄셈, [9수02-09] 다항식의 덧셈과 뺄셈, [9수02-10] (단항식)×(다항식), [9수02-14] 함숫값, [9수02-19] 다항식의 곱셈과 인수분해(역관계 이해); 변화와 관계 용어 대입, 다항식, 항, 단항식, 상수항, 계수, 차수, 일차식, 동류항, 등식, 전개, 변수, 인수, 인수분해; '식의 값', '전개식'은 교수·학습 상황에서 사용 가능; 문자와 수, 문자와 일상 언어의 공통점과 차이점 탐색)
- Textbooks: OpenStax Prealgebra 2e, 2.1 Use the Language of Algebra (Greg 20 and Alex 23, g + 3; variable and constant; × not used in algebra; expression like a phrase, equation like a sentence; 4 + 3·7 gives 25, not 49; PEMDAS and "Please Excuse My Dear Aunt Sally"; multiplication and division left to right, 18 ÷ 9·2; 18 ÷ 6 + 4(5 − 2); 5 + 2³ + 3[6 − 3(4 − 2)]; 2³ + 3⁴ ÷ 3 − 5²; work down the page: openstax.org/books/prealgebra-2e/pages/2-1-use-the-language-of-algebra)
- 2.2 Evaluate, Simplify, and Translate Expressions (evaluate by substituting; 9x − 2 at x = 5 and x = 1; term, coefficient, coefficient of x is 1; 9b + 15x² + a + 6; like terms 5x, 7, n², 4, 3x, 9n²; 3x + 7 + 4x + 5; 7x² + 8x − x² − 4x; eight more than y, seven less than 9z; window height 6 inches less than width; dimes 2 less than 5 times the quarters: .../pages/2-2-evaluate-simplify-and-translate-expressions)
- 7.3 Distributive Property (three friends at the movies, 3(9.25) = 3(9 + 0.25) = 27.75; a(b + c) = ab + ac, a(b − c), (b + c)a; 3(x + 4); 2(x − 3); 6(5y + 1); 100(0.3 + 0.25q): .../pages/7-3-distributive-property)
- 9.4 (perimeter of a rectangle P = 2L + 2W: .../pages/9-4-use-properties-of-rectangles-triangles-and-trapezoids)
- OpenStax Elementary Algebra 2e, 7.1 Greatest Common Factor and Factor by Grouping (GCF of 54 and 36 is 18; GCF of 27x³ and 18x⁴ is 9x³; four steps, distributive property in reverse, check by multiplying; 4x + 12, 5a + 5, 12x − 60, 4y² + 24y + 28, 5x³ − 25x², 21x³ − 9x² + 15x = 3x(7x² − 3x + 5), −8y − 24 = −8(y + 3), 5q(q + 7) − 6(q + 7): openstax.org/books/elementary-algebra-2e/pages/7-1-greatest-common-factor-and-factor-by-grouping)
- 2.6 (distance, rate and time formula d = rt: .../pages/2-6-solve-a-formula-for-a-specific-variable)
- Microsoft Support, "Calculation operators and precedence in Excel" (negation before %, ^, then * and /, then + and −; =5+2*3: support.microsoft.com/en-us/office/calculation-operators-and-precedence-in-excel-48be406d-4975-4d31-b2b8-7af9e0e2878a)
- History for the story block only: MacTutor History of Mathematics, University of St Andrews, "François Viète" (1540 to 1603; studied law, son of a lawyer; decoded letters to Philip II of Spain for Henry IV; In artem analyticam isagoge, Tours 1591, first systematic algebraic notation, vowels for unknowns and consonants for knowns; convention of early letters for knowns and late letters for unknowns introduced later by Descartes in La Géométrie: mathshistory.st-andrews.ac.uk/Biographies/Viete/)
- "René Descartes" (1596 to 1650; La Géométrie an appendix to the Discours de la méthode, published at Leiden in 1637: mathshistory.st-andrews.ac.uk/Biographies/Descartes/).
Geraadpleegd: 2026-10-19