Eenzijdige en oneindige limieten
Vlak links van 2 is |x − 2|/(x − 2) altijd −1; vlak rechts altijd 1. Beide kanten worden nooit gelijk.
Limieten van links en van rechts
Soms is het gedrag aan beide kanten van een punt verschillend. Dan helpt het om die apart te bekijken. Voor de linkerlimiet, geschreven als limx→a− f(x), gebruik je alleen x-waarden kleiner dan a. Voor de rechterlimiet, limx→a+ f(x), alleen x-waarden groter dan a. Bij g(x) = |x − 2|/(x − 2) is de teller voor elke x kleiner dan 2 gelijk aan −(x − 2), dus g(x) = −1. Voor elke x groter dan 2 geldt g(x) = 1. De linkerlimiet is dus −1 en de rechterlimiet 1.
Het verband met de gewone tweezijdige limiet is eenvoudig en belangrijk om te onthouden: limx→a f(x) = L precies als beide eenzijdige limieten bestaan en gelijk zijn aan L. Bij g verschillen de kanten, dus limx→2 g(x) bestaat niet. In het Engels wordt dat vaak afgekort als DNE. OpenStax gebruikt ook een stuksgewijs voorbeeld: f(x) = x + 1 voor x < 2 en f(x) = x² − 4 voor x ≥ 2. Van links naderen de waarden 2 + 1 = 3; van rechts 4 − 4 = 0. De grafiek springt en de tweezijdige limiet bestaat niet.
Als er helemaal geen getal wordt genaderd
Een limiet kan ook op een tweede manier niet bestaan. Bekijk sin(1/x) rond 0. Als x kleiner wordt, groeit 1/x onbegrensd. De sinus van een snel groeiend getal blijft tussen −1 en 1 schommelen. OpenStax kiest x-waarden zoals 2/π, 2/(3π), 2/(5π) enzovoort. Daar neemt de functie afwisselend 1, −1, 1, −1 aan, terwijl x steeds dichter bij 0 komt. Van geen van beide kanten naderen de waarden één getal. Geen van de eenzijdige limieten bestaat dus.
Oneindige limieten en verticale asymptoten
Het derde gedrag is onbegrensde groei. Bij h(x) = 1/(x − 2)² zijn de uitkomsten bij x = 2.01 en 1.99 beide 10 000, en bij 2.001 en 1.999 zijn ze 1 000 000. Ze naderen geen getal: ze worden groter dan elk getal dat je noemt. We schrijven limx→2 1/(x − 2)² = +∞. Daarmee beschrijf je hoe de limiet niet bestaat, niet dat oneindig een getal is. Bij 1/x rond 0 gaan beide kanten in tegengestelde richtingen: −∞ van links en +∞ van rechts.
Is een eenzijdige limiet bij a gelijk aan +∞ of −∞, dan is de verticale lijn x = a een verticale asymptoot. De grafiek loopt er steeds dichter langs omhoog of omlaag. Bij rationale functies komt dat vaak voor waar de noemer nul is en de teller niet. Het voorbeeld 1/(x + 3)⁴ van OpenStax heeft een verticale asymptoot bij x = −3. Let op bij nul gedeeld door nul: (x² − 4)/(x − 2) heeft bij 2 een noemer nul, maar daar zit een gat, geen asymptoot. De nul veroorzakende factor valt namelijk weg.
Sleep om te draaien. Scroll of knijp om te zoomen.
Sleep om te draaien. Scroll of knijp om te zoomen.
- limx→2− |x − 2|/(x − 2) = ?
- f(x) = x + 1 voor x < 2, x² − 4 voor x ≥ 2. Wat is de linkerlimiet bij 2?
- Dezelfde functie: wat is de rechterlimiet bij 2?
- Voor die functie is limx→2 f(x) dus:
- Bestaat niet
- 3
- 0
- 1.5
- Wat is 1/(x − 2)² bij x = 2.001?
- limx→0− 1/x is:
- −∞
- +∞
- 0
- −1
- Waar is de verticale asymptoot van 1/(x + 3)⁴? Geef x.
- Waarom heeft sin(1/x) geen limiet bij 0?
- De functie blijft schommelen tussen −1 en 1
- De functie groeit onbegrensd
- De functie is niet gedefinieerd voor negatieve x
- De linker- en rechterlimiet zijn 1 en −1
- Heeft (x² − 4)/(x − 2) een verticale asymptoot bij x = 2?
- Nee, er zit een gat
- Ja
- Alleen van rechts
- Alleen van links
- Als limx→a− f(x) = 5 en limx→a+ f(x) = 5, dan is limx→a f(x):
- gelijk aan 5
- niet bestaand
- gelijk aan f(a)
- gelijk aan 10
- Voor de linkerlimiet gebruik je x < a, voor de rechterlimiet x > a.
- De tweezijdige limiet bestaat precies als beide eenzijdige limieten bestaan en gelijk zijn.
- Een limiet kan ontbreken door een sprong, door schommeling of door onbegrensde groei.
- Een oneindige eenzijdige limiet bij a betekent dat x = a een verticale asymptoot is.
Bronnen van deze cursus (5)
- OpenStax, Calculus Volume 1 , chapter 2 Limits: 2.1 A Preview of Calculus (tangent problem and area problem; secant slopes through (1, 1) on f(x) = x² with (2, 4) giving 3 and (3/2, 9/4) giving 2.5; rock s(t) = −16t² + 64 with average velocities −15.84 and −16.16 near t = 0.5; three rectangles under x² + 1 on [0, 3] giving 8: openstax.org/books/calculus-volume-1/pages/2-1-a-preview-of-calculus)
- 2.2 The Limit of a Function ((x² − 4)/(x − 2) → 4 at 2, (sin x)/x → 1 at 0 from a table, sin(1/x) has no limit at 0, one-sided limits of |x − 2|/(x − 2), infinite limits and vertical asymptotes, the formal definition appearing only in the late 19th century: .../pages/2-2-the-limit-of-a-function)
- 2.3 The Limit Laws (sum, difference, constant multiple, product, quotient, power and root laws; direct substitution; factoring and rationalizing 0/0 forms; squeeze theorem: .../pages/2-3-the-limit-laws)
- 2.4 Continuity (three conditions; removable, jump and infinite discontinuities; Intermediate Value Theorem: .../pages/2-4-continuity)
- 2.5 The Precise Definition of a Limit (.../pages/2-5-the-precise-definition-of-a-limit).
Geraadpleegd: 2026-10-17