De distributieve eigenschap en haakjes uitwerken
7 · 98 is lastig uit het hoofd, tot je het schrijft als 7 · (100 − 2) = 700 − 14 = 686.
Probeer dit vóór je verder leest: 7 · 98
Bereken 7 · 98 zonder papier. Wie dit snel kan, vermenigvuldigt meestal niet cijfer voor cijfer 98 met 7. Je ziet dat 98 precies 2 minder is dan 100, neemt zeven honderdtallen, dus 700, en haalt er zeven tweetallen af, dus 14. Het antwoord is 686. OpenStax geeft een geldvoorbeeld van dezelfde aanpak. Drie vrienden die naar de bioscoop gaan, hebben elk $9.25 nodig: 9 dollar en 1 kwartje. Drie keer 9 dollar is $27, drie kwartjes zijn 75 cent en het totaal is $27.75. In beide gevallen is één vermenigvuldiging gesplitst in twee gemakkelijkere, waarna de resultaten zijn opgeteld of afgetrokken.
Wat je zojuist gebruikte heeft een naam: distributiviteit. Voor alle getallen a, b en c geldt a(b + c) = ab + ac. De vermenigvuldigingsfactor buiten de haakjes wordt over elke term binnen de haakjes verdeeld. Het bioscoopgeld schrijf je als 3(9 + 0.25) = 3 · 9 + 3 · 0.25 = 27 + 0.75 = 27.75. De hoofdrekentruc schrijf je als 7(100 − 2) = 700 − 14. OpenStax noemt twee andere vormen die uit de eerste volgen: a(b − c) = ab − ac en (b + c)a = ba + ca, omdat de volgorde van factoren een product niet verandert.
De rechthoek als bewijs
Waarom zou de regel voor elk getal gelden en niet alleen voor de twee die we hebben geprobeerd? Teken het. Een rechthoek van 3 eenheden hoog en x + 4 eenheden breed heeft oppervlakte 3(x + 4). Verdeel hem met één verticale lijn op de plek waar het x-deel eindigt. Het linkerstuk is 3 bij x, met oppervlakte 3x. Het rechterstuk is 3 bij 4, met oppervlakte 12. Een rechthoek verdelen verandert niet hoeveel ruimte hij inneemt, dus 3(x + 4) = 3x + 12. De bovenste afbeelding hieronder toont die verdeling. De redenering werkt voor elke breedte x, precies wat een regel voor uitdrukkingen nodig heeft.
Uitwerken met letters en mintekens
Met distributiviteit kun je in de algebra haakjes wegwerken die je met de gewone rekenvolgorde niet kunt uitrekenen. Volgens de regel werk je eerst binnen de haakjes, maar in 3(x + 4) valt daar niets te doen, want x en 4 zijn geen gelijksoortige termen. Verdeel dus de factor: 3 · x + 3 · 4 = 3x + 12. Een uitdrukking zo zonder haakjes schrijven heet uitwerken. Nog meer voorbeelden van OpenStax: 2(x − 3) = 2x − 6, 6(5y + 1) = 30y + 6 en 100(0.3 + 0.25q) = 30 + 25q. De vermenigvuldigingsfactor moet elke term bereiken. Sommige leerlingen tekenen als geheugensteun een pijltje van het getal buiten de haakjes naar elke term erin.
Negatieve vermenigvuldigingsfactoren nemen hun teken mee naar elke term. −2(x − 5) is (−2) · x + (−2) · (−5) = −2x + 10. Een los minteken vóór haakjes betekent −1 keer wat ertussen staat. Dus −(x + 3) = −x − 3 en −(2x − 4) = −2x + 4. Dat is de regel die het vorige hoofdstuk zonder bewijs gebruikte. Voeg na het uitwerken zoals gewoonlijk gelijksoortige termen samen: 4(x + 2) + 3x = 4x + 8 + 3x = 7x + 8. In de grafiekpracticum hieronder kun je zien wat er gebeurt als de vermenigvuldigingsfactor een term overslaat. Je ziet y = 2(x + 3), correct uitgewerkt als 2x + 6, naast de veelgemaakte fout 2x + 3.
Sleep om te draaien. Scroll of knijp om te zoomen.
Twee haakjes: elke term maal elke term
Met hetzelfde idee kun je een product van twee haakjes uitwerken. Neem in (x + 2)(x + 3) de uitdrukking x + 2 als vermenigvuldigingsfactor en verdeel haar over x + 3: (x + 2)x + (x + 2)3. Verdeel opnieuw: x² + 2x + 3x + 6, en voeg samen: x² + 5x + 6. De onderste rechthoek in de afbeelding toont de vier stukken, één voor elke combinatie van een term uit het eerste haakje met een term uit het tweede. Een snelle controle: bij x = 1 geven de haakjes 3 · 4 = 12 en geeft de uitwerking 1 + 5 + 6 = 12. Twee haakjes met elk twee termen leveren vóór het samenvoegen altijd vier producten op. Tel ze dus als je twijfelt.
- Bereken 7 · 98 via 7(100 − 2).
- Drie kaartjes kosten elk $9.25. Bereken het totaal met 3(9 + 0.25).
- Werk 3(x + 4) uit.
- Werk 2(x − 3) uit.
- Werk 6(5y + 1) uit.
- Werk −2(x − 5) uit.
- Werk −(x + 3) uit.
- Werk uit en vereenvoudig 4(x + 2) + 3x.
- Werk 100(0.3 + 0.25q) uit.
- Wat is de uitwerking van (x + 2)(x + 3)?
- x² + 5x + 6
- x² + 6
- x² + 6x + 5
- 2x + 5
- Bereken 3(x + 4) bij x = 2.
- Wat is gelijk aan 5(a − 4)?
- 5a − 20
- 5a − 4
- a − 20
- 5a + 20
- “3(x + 4) = 3x + 4.” De 3 moet ook de 4 bereiken. Bij x = 0 is 3(x + 4) gelijk aan 12 en 3x + 4 gelijk aan 4. In het grafiekpracticum zijn het twee evenwijdige lijnen die elkaar nooit snijden.
- “−2(x − 5) = −2x − 10.” Het tweede product is (−2) · (−5), en dat is positief: −2x + 10. Controleer met x = 5: binnen de haakjes staat 0, dus de waarde moet 0 zijn. −10 − 10 is niet 0.
- “(x + 3)² = x² + 9.” (x + 3)² = (x + 3)(x + 3), dat geeft vier producten: x² + 3x + 3x + 9 = x² + 6x + 9. Bij x = 1 geeft het haakje 16, maar x² + 9 geeft 10.
- Distributiviteit: a(b + c) = ab + ac en a(b − c) = ab − ac.
- De factor bereikt elke term binnen de haakjes, met teken: −2(x − 5) = −2x + 10.
- Een los minteken voor haakjes betekent maal −1: −(x + 3) = −x − 3.
- Twee haakjes, vier producten: (x + 2)(x + 3) = x² + 5x + 6.
Bronnen van deze cursus (10)
- Curriculum: 교육부 고시 제2022-33호 [별책 8] 수학과 교육과정 (ncic.re.kr/inv/org/download.do?year=2022&seq=10003559&orgType=ogi4, PDF read 2026-10-19: 초등학교 3~4학년군 [4수02-01] 다양한 변화 규칙을 찾아 설명하고 수나 식으로 나타내기(규칙을 식으로 나타낼 때 혼합 계산식, 일반항을 나타낸 식 등을 이용해야 하는 복잡한 문제는 다루지 않음); 초등학교 5~6학년군 [6수01-01] 혼합 계산에서 계산하는 순서(계산 순서에 중점, 지나치게 복잡한 혼합 계산은 다루지 않음), [6수01-04] 약수·공약수·최대공약수, [6수02-01] 대응 관계를 □, △ 등을 사용하여 식으로(덧셈식, 뺄셈식, 곱셈식, 나눗셈식 중 하나로 표현되는 간단한 경우만); 중학교 1~3학년군 [9수01-02] 소인수분해로 최대공약수, 수와 연산 용어 거듭제곱·지수·밑·분배법칙, [9수02-01] 다양한 상황을 문자를 사용한 식으로 나타내어 유용성을 인식하고 식의 값 구하기, [9수02-02] 일차식의 덧셈과 뺄셈, [9수02-09] 다항식의 덧셈과 뺄셈, [9수02-10] (단항식)×(다항식), [9수02-14] 함숫값, [9수02-19] 다항식의 곱셈과 인수분해(역관계 이해); 변화와 관계 용어 대입, 다항식, 항, 단항식, 상수항, 계수, 차수, 일차식, 동류항, 등식, 전개, 변수, 인수, 인수분해; '식의 값', '전개식'은 교수·학습 상황에서 사용 가능; 문자와 수, 문자와 일상 언어의 공통점과 차이점 탐색)
- Textbooks: OpenStax Prealgebra 2e, 2.1 Use the Language of Algebra (Greg 20 and Alex 23, g + 3; variable and constant; × not used in algebra; expression like a phrase, equation like a sentence; 4 + 3·7 gives 25, not 49; PEMDAS and "Please Excuse My Dear Aunt Sally"; multiplication and division left to right, 18 ÷ 9·2; 18 ÷ 6 + 4(5 − 2); 5 + 2³ + 3[6 − 3(4 − 2)]; 2³ + 3⁴ ÷ 3 − 5²; work down the page: openstax.org/books/prealgebra-2e/pages/2-1-use-the-language-of-algebra)
- 2.2 Evaluate, Simplify, and Translate Expressions (evaluate by substituting; 9x − 2 at x = 5 and x = 1; term, coefficient, coefficient of x is 1; 9b + 15x² + a + 6; like terms 5x, 7, n², 4, 3x, 9n²; 3x + 7 + 4x + 5; 7x² + 8x − x² − 4x; eight more than y, seven less than 9z; window height 6 inches less than width; dimes 2 less than 5 times the quarters: .../pages/2-2-evaluate-simplify-and-translate-expressions)
- 7.3 Distributive Property (three friends at the movies, 3(9.25) = 3(9 + 0.25) = 27.75; a(b + c) = ab + ac, a(b − c), (b + c)a; 3(x + 4); 2(x − 3); 6(5y + 1); 100(0.3 + 0.25q): .../pages/7-3-distributive-property)
- 9.4 (perimeter of a rectangle P = 2L + 2W: .../pages/9-4-use-properties-of-rectangles-triangles-and-trapezoids)
- OpenStax Elementary Algebra 2e, 7.1 Greatest Common Factor and Factor by Grouping (GCF of 54 and 36 is 18; GCF of 27x³ and 18x⁴ is 9x³; four steps, distributive property in reverse, check by multiplying; 4x + 12, 5a + 5, 12x − 60, 4y² + 24y + 28, 5x³ − 25x², 21x³ − 9x² + 15x = 3x(7x² − 3x + 5), −8y − 24 = −8(y + 3), 5q(q + 7) − 6(q + 7): openstax.org/books/elementary-algebra-2e/pages/7-1-greatest-common-factor-and-factor-by-grouping)
- 2.6 (distance, rate and time formula d = rt: .../pages/2-6-solve-a-formula-for-a-specific-variable)
- Microsoft Support, "Calculation operators and precedence in Excel" (negation before %, ^, then * and /, then + and −; =5+2*3: support.microsoft.com/en-us/office/calculation-operators-and-precedence-in-excel-48be406d-4975-4d31-b2b8-7af9e0e2878a)
- History for the story block only: MacTutor History of Mathematics, University of St Andrews, "François Viète" (1540 to 1603; studied law, son of a lawyer; decoded letters to Philip II of Spain for Henry IV; In artem analyticam isagoge, Tours 1591, first systematic algebraic notation, vowels for unknowns and consonants for knowns; convention of early letters for knowns and late letters for unknowns introduced later by Descartes in La Géométrie: mathshistory.st-andrews.ac.uk/Biographies/Viete/)
- "René Descartes" (1596 to 1650; La Géométrie an appendix to the Discours de la méthode, published at Leiden in 1637: mathshistory.st-andrews.ac.uk/Biographies/Descartes/).
Geraadpleegd: 2026-10-19