Domein en bereik
f(x) = √(x + 2) geeft bij x = −3 geen reële uitvoer: −3 + 2 = −1 heeft geen reële vierkantswortel. Het domein begint bij −2.
Wat komt uit √(x + 2) bij invoer −3?
Je denkt misschien dat elke formule elk getal accepteert. Probeer x = −3 bij f(x) = √(x + 2). Onder de wortel komt −3 + 2 = −1, terwijl geen reëel getal gekwadrateerd −1 geeft. Er komt niets uit. De formule sluit dus invoer uit; toegestane invoer vormt een verzameling met een eigen naam.
Domein is wat erin gaat, bereik wat eruit komt
Het domein van een functie is de verzameling invoerwaarden die zij accepteert. Het bereik is de verzameling uitvoerwaarden die zij kan opleveren. Bij een lijst van paren lees je ze af. OpenStax geeft de functie {(2, 10), (3, 10), (4, 20), (5, 30), (6, 40)}. Het domein is {2, 3, 4, 5, 6} en het bereik {10, 20, 30, 40}. De waarde 10 verschijnt tweemaal als uitvoer, maar staat maar één keer in het bereik. Bij een formule bestaat het domein meestal uit alle reële getallen die geen rekenregel schenden.
Twee regels bepalen de meeste domeinen
Bij reële getallen moet je op twee regels letten. Je kunt niet door 0 delen en geen even wortel, zoals een vierkantswortel, van een negatief getal nemen. OpenStax maakt daarvan een korte controle. Zonder noemer en zonder even wortel is het domein waarschijnlijk alle reële getallen. Is er een noemer, sluit dan elke x uit die de noemer 0 maakt. Is er een even wortel, behoud dan alleen de x-waarden waarvoor de uitdrukking eronder nul of positief is. Echte situaties voegen eigen grenzen toe: een aantal kaartjes kan niet negatief zijn.
Voorbeelden maken dit concreet. Bij f(x) = 1/(x − 1) is de noemer 0 als x = 1. Het domein is dus elk reëel getal behalve 1. Bij f(x) = √(x + 2) moet x + 2 ≥ 0 gelden, dus x ≥ −2. Bij f(x) = √(6 − x) moet 6 − x ≥ 0 gelden, dus x ≤ 6. Bij f(x) = x² − 4 hoef je niets te vermijden: het domein bevat alle reële getallen. Het bereik bevat echter niet alles. Omdat x² nooit negatief is, komt x² − 4 nooit onder −4.
Rechte haken behouden een eindpunt, ronde laten het weg
Domein en bereik zijn vaak hele stukken van de getallenlijn. Met intervalnotatie schrijf je die kort op. Het kleinste eindpunt komt eerst, daarna een komma en het grootste eindpunt. Een vierkante haak [ of ] betekent dat het eindpunt erbij hoort. Een ronde haak ( of ) sluit het uit. Oneindig is geen bereikbaar getal en krijgt dus altijd een ronde haak. OpenStax geeft dit voorbeeld: heb je $100 te besteden, dan kun je meer dan 0 en hoogstens 100 uitgeven, geschreven als (0, 100]. Het domein van √(x + 2) is [−2, ∞). Dat van 1/(x − 1) is (−∞, 1) ∪ (1, ∞), waarbij ∪ de twee delen verenigt.
| Woorden | Ongelijkheid | Interval |
|---|---|---|
| x is minstens −2 | x ≥ −2 | [−2, ∞) |
| x is hoogstens 6 | x ≤ 6 | (−∞, 6] |
| x is meer dan 0 en hoogstens 100 | 0 < x ≤ 100 | (0, 100] |
| alle reële getallen behalve 1 | x ≠ 1 | (−∞, 1) ∪ (1, ∞) |
| alle reële getallen | (−∞, ∞) |
Domein en bereik als schaduwen op de assen
In een grafiek is het domein de schaduw van de kromme op de x-as. Het bereik is de schaduw op de y-as. Druk de grafiek plat op elke as en kijk welke delen bedekt worden. In het practicum geeft de groene balk op de x-as het domein aan en de oranje balk op de y-as het bereik. Een gevulde eindstip betekent dat het eindpunt bij de verzameling hoort; een open stip betekent van niet. Dat is het open rondje dat je bij x = 1 voor 1/(x − 1) ziet. Schuif x naar een verboden gebied en het paneel vertelt welke regel die invoer schendt.
Sleep om te draaien. Scroll of knijp om te zoomen.
- Wat is het domein van f(x) = √(x + 2)?
- [−2, ∞)
- (−2, ∞)
- [2, ∞)
- (−∞, ∞)
- Wat is het domein van f(x) = 1/(x − 1)?
- (−∞, 1) ∪ (1, ∞)
- (1, ∞)
- [1, ∞)
- (−∞, ∞)
- Wat is het bereik van f(x) = x² − 4?
- [−4, ∞)
- (−∞, ∞)
- [4, ∞)
- (−4, ∞)
- Wat is het kleinste getal in het domein van f(x) = √(x − 5)?
- Welke invoer is uitgesloten bij f(x) = 1/(x + 3)?
- Hoe schrijf je ‘meer dan 0 en hoogstens 100’ als interval?
- (0, 100]
- [0, 100)
- [0, 100]
- (0, 100)
- Wat is het domein van {(2, 10), (3, 10), (4, 20), (5, 30), (6, 40)}?
- {2, 3, 4, 5, 6}
- {10, 20, 30, 40}
- {2, 10}
- {2, 3, 4, 5, 6, 10, 20, 30, 40}
- Wat is het bereik van die paren?
- {10, 20, 30, 40}
- {10, 10, 20, 30, 40}
- {2, 3, 4, 5, 6}
- [10, 40]
- Wat is het bereik van f(x) = 3 − |x|?
- (−∞, 3]
- [3, ∞)
- (−∞, 3)
- (−∞, ∞)
- Wat is het domein van f(x) = x³?
- (−∞, ∞)
- [0, ∞)
- (0, ∞)
- (−∞, 0]
- {4, 9} als domein van {(1, 4), (2, 4), (3, 9)} geven. Dat is het bereik. Domein is de eerste getallen, {1, 2, 3}. Noem eerst welke kant erin gaat.
- f(x) = x² + 1 bereik (−∞, ∞) geven omdat het domein (−∞, ∞) is. Domein en bereik zijn aparte vragen. x² ≥ 0, dus x² + 1 ≥ 1, bereikt bij x = 0. Bereik [1, ∞).
- Het domein van √(x − 3) schrijven als (3, ∞). Bij x = 3 is de wortel √0 = 0, een reëel getal. Daarom hoort 3 erbij: [3, ∞). Nul onder een vierkantswortel is toegestaan. Nul in een noemer niet.
- Domein: toegestane invoer. Bereik: mogelijke uitvoer.
- Sluit invoer uit die deelt door 0 of een even wortel uit een negatief getal neemt.
- Interval: [ ] sluit in, ( ) sluit uit; ∞ krijgt altijd ( ).
- Domein en bereik zijn de schaduwen op de twee assen.
Bronnen van deze cursus (8)
- Curriculum: 교육부 고시 제2022-33호 [별책 8] 수학과 교육과정 (ncic.re.kr/inv/org/download.do?year=2022&seq=10003559&orgType=ogi4, PDF read 2026-10-19: 중학교 1~3학년군 [9수02-06] 그래프 해석(증가와 감소), [9수02-14] 함수의 개념·함숫값, 용어 함수·함숫값·기울기·평행이동, 고려 사항 「한 양이 변함에 따라 다른 양이 하나씩 정해지는 두 양 사이의 대응 관계를 이용하여 도입」; 고등학교 공통수학2 [10공수2-01-06] 평행이동, [10공수2-01-07] 원점·x축·y축·직선 y = x에 대한 대칭이동, [10공수2-03-01] 함수의 개념(두 집합 사이의 대응 관계), [10공수2-03-02] 합성함수, [10공수2-03-03] 역함수, 용어 정의역·치역·공역·대응·일대일대응·일대일함수·합성함수·역함수, 기호 f: X → Y, g ∘ f, (g ∘ f)(x), y = g(f(x)), f⁻¹, y = f⁻¹(x), 교수·학습 용어 조건제시법; 미적분Ⅰ 용어 구간·닫힌구간·열린구간 [a, b], (a, b), 평균변화율, [12미적Ⅰ-02-07] 증가와 감소, 극댓값·극솟값)
- Textbook: OpenStax, College Algebra 2e, 3.1 Functions and Function Notation (relation, domain and range of ordered pairs, {(1, 2), (2, 4), (3, 6), (4, 8), (5, 10)}, the odd/even relation that is not a function, coffee menu prices, vertical line test, horizontal line test, one-to-one: openstax.org/books/college-algebra-2e/pages/3-1-functions-and-function-notation)
- Textbook: OpenStax, College Algebra 2e, 3.2 Domain and Range (no even root of a negative number, no division by 0, interval notation with brackets and parentheses, (0, 100] for "more than 0 and at most $100", {(2, 10), (3, 10), (4, 20), (5, 30), (6, 40)}: .../pages/3-2-domain-and-range)
- Textbook: OpenStax, College Algebra 2e, 3.3 Rates of Change and Behavior of Graphs (average rate of change, increasing and decreasing intervals, local maxima and minima: .../pages/3-3-rates-of-change-and-behavior-of-graphs)
- Textbook: OpenStax, College Algebra 2e, 3.4 Composition of Functions (f(g(x)); f(x) = 2x + 1 and g(x) = 3 − x give f(g(x)) = 7 − 2x and g(f(x)) = −2x + 2, so composition is not commutative; c(s) calories and s(t) sit-ups; f(x) = 1/x and g(x) = x − 3: .../pages/3-4-composition-of-functions)
- Textbook: OpenStax, College Algebra 2e, 3.5 Transformation of Functions (g(x) = f(x) + k vertical shift, f(x − h) horizontal shift, −f(x) and f(−x) reflections, af(x) stretches and compressions, roof vent example S(t) = V(t) + 20 (open vent area in square feet plus 20): .../pages/3-5-transformation-of-functions)
- Textbook: OpenStax, College Algebra 2e, 3.7 Inverse Functions (f⁻¹ is not an exponent and not 1/f, C = (5/9)(F − 32), 75 °F is about 24 °C, 26 °C is about 79 °F, x² restricted to [0, ∞), reflection about y = x: .../pages/3-7-inverse-functions)
- History block only: MacTutor, University of St Andrews, The function concept (Leibniz, August 1673, the word "function"; Johann Bernoulli's letter of 2 September 1694; Euler, Introductio in analysin infinitorum 1748 and Institutiones calculi differentialis 1755; Dirichlet 1837; Goursat 1923 "y = f(x)": mathshistory.st-andrews.ac.uk/HistTopics/Functions)
Geraadpleegd: 2026-10-18