edubun
Nederlands

Voorwaardelijke kans en onafhankelijkheid

In een OpenStax-steekproef van 100 mensen zijn er 13 linkshandig. Onder de 48 vrouwen zijn dat er maar 4, ongeveer 0.083.

De meeste regendagen zijn bewolkt. Regent het ook op de meeste bewolkte dagen?

Neem een verzonnen maand met 30 dagen. Op 5 dagen regende het, en 4 van die 5 waren bewolkt. In totaal waren er twaalf bewolkte dagen. De meeste regendagen waren dus bewolkt: 4 van de 5. Je zou dat kunnen omkeren en zeggen dat het op de meeste bewolkte dagen regende. Maar dat klopt niet: op slechts 4 van de 12 bewolkte dagen viel regen, een derde. Bij beide vragen staan dezelfde 4 dagen boven de breukstreep. Maar je deelt door verschillende groepen. Bij voorwaardelijke kans draait het om de keuze van die groep.

Nieuwe informatie verandert kansen. Weet je dat een kaart een plaatje is, dan stijgt de kans op een koning van 4/52 naar 4/12. De kans op A gegeven dat B is gebeurd schrijf je als P(A | B), gelezen als ‘A gegeven B’. De voorwaarde verkleint de uitkomstenruimte: je telt niet meer onder alle uitkomsten, maar alleen onder de uitkomsten in B. Als formule: P(A | B) = P(A AND B) ÷ P(B), zolang P(B) niet nul is.

OpenStax geeft een dobbelsteenvoorbeeld. Neem A = het aantal ogen is 2 of 3 en B = het aantal ogen is even. Gegeven B zijn alleen 2, 4 en 6 mogelijk. Daarvan zit alleen 2 in A. Dus P(A | B) = 1/3. De formule bevestigt dat: P(A AND B) = 1/6, P(B) = 3/6 en (1/6) ÷ (3/6) = 1/3. Zonder voorwaarde zou P(A) ook 2/6 = 1/3 zijn. Dat is een opvallend toeval: hier verandert de kennis van B de kans op A niet.

Eén tabel, drie antwoorden over linkshandigheid

Voorwaardelijke kansen zie je het makkelijkst in een kruistabel. In tabel 3.1 van OpenStax staat een willekeurige steekproef van 100 mensen, ingedeeld naar geslacht toegewezen bij de geboorte en voorkeurshand. In totaal zijn 13 van de 100 linkshandig, dus P(L) = 0.13. Onder de 52 mannen zijn er 9 linkshandig: P(L | M) = 9/52, ongeveer 0.173. Onder de 48 vrouwen zijn dat er 4: P(L | F) = 4/48, ongeveer 0.083. Draai je de voorwaarde om, dan krijg je een ander getal: van de 13 linkshandigen zijn er 4 vrouw, dus P(F | L) = 4/13, ongeveer 0.308. P(A | B) en P(B | A) zijn zelden gelijk. Ze omwisselen is dezelfde fout als bij het weer aan het begin van deze les.

RechtshandigLinkshandigTotaal
Mannen43952
Vrouwen44448
Totaal8713100

In deze steekproef zijn voorkeurshand en geslacht niet onafhankelijk

Gebeurtenissen A en B zijn onafhankelijk als P(A | B) = P(A): de kennis dat B is gebeurd vertelt je niets nieuws over A. In de steekproef over voorkeurshand is P(L | M) = 0.173 niet gelijk aan P(L) = 0.13. Bij deze 100 mensen zijn voorkeurshand en geslacht dus niet onafhankelijk. Muntworpen zijn het klassieke voorbeeld van onafhankelijke gebeurtenissen. Wat de eerste worp ook geeft, bij de tweede is de kans op kop 1/2. Afhankelijkheid ontstaat als de eerste uitkomst verandert wat er overblijft. Trek twee kaarten zonder terugleggen: P(eerste is een aas) = 4/52. Gegeven die uitkomst blijven er maar 3 azen over onder 51 kaarten, dus P(tweede is een aas | eerste is een aas) = 3/51. De kans op twee azen is 4/52 × 3/51 = 1/221, ongeveer 0.0045.

Bij 100 eerlijke worpen is een reeks van zes of meer heel gewoon

Onafhankelijkheid verklaart ook waarom lange reeksen niet betekenen dat er iets mis is. Bij 100 worpen met een eerlijke munt is de langste reeks van dezelfde kant ongeveer 81% van de keren 6 of langer en ongeveer 31% van de keren 8 of langer. De gemiddelde langste reeks is ongeveer 7. Mensen die zelf een ‘willekeurige’ reeks moeten opschrijven, vermijden meestal reeksen langer dan drie of vier. Zo kunnen docenten verzonnen huiswerk over muntworpen herkennen.

Laden

Sleep om te draaien. Scroll of knijp om te zoomen.

Er zijn al honderd worpen gedaan. Bekijk ‘Langste reeks’ en druk daarna een paar keer op ‘Opnieuw’ en ‘100 keer gooien’. Bij een eerlijke munt is een langste reeks van 5 tot 8 gebruikelijk.
P(A | B)P(A AND B) ÷ P(B): tel A alleen onder de uitkomsten in B
OnafhankelijkP(A | B) = P(A)
Zonder terugleggenLatere trekkingen hangen af van eerdere
P(A | B) tegenover P(B | A)Meestal verschillend; wissel ze niet om
  1. Tabel 3.1. Wat is P(L), de kans dat iemand linkshandig is?
  2. Tabel 3.1. Wat is P(L | M)?
  3. Tabel 3.1. Wat is P(L | F)?
  4. Tabel 3.1. Wat is P(F | L)?
  5. Tabel 3.1. Wat is P(R | M) op 4 decimalen?
  6. Zijn ‘linkshandig’ en ‘man’ in tabel 3.1 onafhankelijk?
    • Ja, want beide gaan over mensen
    • Nee, want P(L | M) ≈ 0.173 verschilt van P(L) = 0.13
    • Ja, want de tabel telt op tot 100
    • Dat kun je niet controleren
  7. Eén dobbelsteen. A = 2 of 3, B = even. Wat is P(A | B)?
  8. Twee kaarten zonder terugleggen. Wat is P(tweede is een aas | eerste is een aas)?
  9. Wat is P(twee azen) bij twee kaarten trekken zonder terugleggen?
  10. Twee dobbelstenen. Gegeven dat de eerste 3 ogen toont, wat is P(sum = 8)?
Veelgemaakte fouten
  • ‘Elke speler van het voetbalteam draagt sportschoenen naar school. Dus een leerling met sportschoenen zit vrijwel zeker in het team.’ Daar verwissel je P(sportschoenen | team) met P(team | sportschoenen). In een verzonnen klas dragen alle 6 teamspelers sportschoenen, dus P(sportschoenen | team) = 1. Maar als 24 leerlingen sportschoenen dragen, is P(team | sportschoenen) = 6/24 = 1/4.
  • ‘In de verzonnen maand is P(regen | bewolkt) = 4/30.’ 4/30 is P(regen EN bewolkt). Volgens de voorwaarde tel je alleen de 12 bewolkte dagen, dus P(regen | bewolkt) = 4/12 = 1/3. Deel door de grootte van de voorwaardegroep, niet door alles.
  • ‘Vijf lootjes, waarvan twee prijzen. Twee mensen trekken elk één lot zonder terugleggen. Dus P(beide winnen) = 2/5 × 2/5 = 4/25.’ Na het eerste winnende lot blijft 1 winnend lot over onder 4 lootjes. P(beide winnen) = 2/5 × 1/4 = 1/10. De tweede trekking hangt af van de eerste, dus de tweede factor moet een voorwaardelijke kans zijn.
  • ‘P(A | B) is hoog, dus B veroorzaakt A.’ Een voorwaardelijke kans beschrijft alleen aantallen. In tabel 3.1 is P(L | M) hoger dan P(L | F), maar de tabel zegt niets over de oorzaak. Het Koreaanse leerplan waarschuwt docenten ook om een voorwaardelijke kans niet op te vatten als een tijdsvolgorde of een oorzaak.
Voor de docentTwee gewoonten helpen het meest. Lees de voorwaarde hardop als ‘onder’: P(L | F) is ‘onder de vrouwen het aandeel linkshandigen’. Wijs vóór het rekenen ook de rij of kolom aan waardoor je gaat delen. Op het bord werkt de verzonnen weermaand goed als een tabel van 2 × 2, met bewolkt of onbewolkt tegenover regen of droog. Leerlingen vullen de vakken in op basis van de 30 dagen: 4 bewolkt met regen, 8 bewolkt en droog, 1 onbewolkt met regen en 17 onbewolkt en droog. In het Koreaanse bovenbouwleerplan zijn voorwaardelijke kans, onafhankelijkheid en afhankelijkheid, en de productregel afzonderlijke leerdoelen.
Belangrijkste punten
  • P(A | B) = P(A AND B) ÷ P(B): de voorwaarde verkleint de uitkomstenruimte.
  • P(A | B) en P(B | A) zijn verschillende vragen.
  • Onafhankelijk: P(A | B) = P(A). Muntworpen wel; kaarten zonder terugleggen niet.
  • Bij 100 eerlijke worpen is een langste reeks van ongeveer 7 normaal.
Bronnen van deze cursus (9)
  • Curriculum: 교육부 고시 제2022-33호 [별책 8] 수학과 교육과정 (ncic.re.kr/inv/org/download.do?year=2022&seq=10003559&orgType=ogi4, PDF read 2026-10-19: 초등학교 5~6학년군 [6수04-04]~[6수04-06] 가능성을 말과 0, 1/2, 1 같은 수로 나타내기; 중학교 1~3학년군 [9수04-03] 상대도수, [9수04-05] 경우의 수(두 경우의 수를 더하거나 곱하는 정도), [9수04-06] 확률(상대도수로서의 의미와 경우의 수의 비율로서의 의미, 각 경우의 가능성이 같다는 가정), 용어 상대도수·사건·확률; 공통수학1 [10공수1-03-01]~[10공수1-03-03] 합의 법칙·곱의 법칙·순열·조합, 기호 nCr; 확률과 통계 [12확통01-03] 이항정리, 용어 이항계수·파스칼의 삼각형; [12확통02-01]~[12확통02-06] 확률의 기본 성질·덧셈정리·여사건의 확률·조건부확률·독립과 종속·곱셈정리, 용어 시행·통계적 확률·수학적 확률·여사건·배반사건·조건부확률·종속·독립·독립시행과 기호 P(A), P(B|A); [12확통03-03] 이항분포, [12확통03-04] 정규분포와 이항분포의 관계, [12확통03-05]·[12확통03-06] 임의추출·표본평균과 모평균, 용어 큰 수의 법칙·이항분포·정규분포·모평균·표본평균과 기호 B(n, p), N(m, σ²), X̄)
  • Textbook: OpenStax, Introductory Statistics 2e by Barbara Illowsky and Susan Dean, 3.1 terminology, equally likely outcomes, dime and nickel, law of large numbers, Belgian one euro coin 56% heads in 250 trials, conditional probability, Table 3.1 handedness of 100 people (openstax.org/books/introductory-statistics-2e/pages/3-1-terminology)
  • 4.3 binomial distribution
  • 7.1 central limit theorem for sample means, example mean 90, SD 15, n = 25, standard error 3 (.../pages/7-1-the-central-limit-theorem-for-sample-means-averages)
  • Yut rules for the Korean example only: 국립민속박물관 한국민속대백과사전 「윷놀이」, 도·개·걸·윷·모 by how many of the four sticks land 뒤집어진 (folkency.nfm.go.kr/kr/topic/detail/1595, read 2026-10-19)
  • Kerrich story: John Kerrich, 10,000 tosses, 5,067 heads (JMP case study JMP014 by DeWayne Derryberry, jmp.com/en/academic/case-study-library/is-a-coin-fair, citing Baldi and Moore; Wikipedia "John Edmund Kerrich")
  • Galileo story: Sopra le scoperte dei dadi, sum 10 in 27 ways and 9 in 25 ways with three dice (English translation, University of York history of statistics, york.ac.uk/depts/maths/histstat/galileo.pdf)
  • Pascal story: Pascal to Fermat, 29 July 1654, one six in four throws "as 671 to 625" (American Physical Society, aps.org/apsnews/2009/07/pascal-letters-fermat-points; Gaston Sanchez, De Mere's games; Statistical Science 2024 "Antoine Gombaud, Chevalier de Méré")
  • Galton story: Francis Galton, Natural Inheritance of 1889, the quincunx (Wikipedia "Galton board")

Geraadpleegd: 2026-10-17